Terug naar de bron

DR. KLAAS VAN DER ZWAAG BRENGT HELDERHEID IN DE HEIKELE DISCUSSIE ROND DE TOE-EIGENING DES HEILS

Deze week verschijnt een boekwerk van liefst elfhonderd bladzijden over de zogenoemde ‘toe-eigening des heils’, een heikel thema in bepaalde delen van kerkelijk Nederland. Maar is elfhonderd bladzijden niet wat veel van het goede? Auteur Klaas van der Zwaag: ,,Ik wilde laten zien hoe dit thema uit de geloofsleer heeft gefunctioneerd in de loop der eeuwen. Bovendien roept de toe-eigening des heils veel discussie op. Dan heb je nu eenmaal enige omvang nodig. Ik wilde mijn onderwerp evenwichtig en objectief uiteenzetten”.

Door Tjerk de Reus

Bij de uitdrukking ‘toe-eigening des heils’ zal de ene christen instemmend knikken, de ander zal zijn schouders ophalen en een derde zal opveren en roepen dat dit geen bijbels thema is. Zo divers ligt het inderdaad in kerkelijk Nederland, zegt dr. Klaas van der Zwaag (1955), die sinds 1988 werkzaam is als kerkredacteur van het Reformatorisch Dagblad. ,,Er zijn uiteenlopende standpunten als het gaat om de toe-eigening des heils. Er wordt heel wat gediscussieerd op het kerkelijke erf, maar dat schept niet altijd helderheid. Ik heb met mijn boek de zaak eens goed op een rijtje willen zetten. Ook voor mijzelf zocht ik naar inzicht. Wat is een bijbelse en tegelijk gereformeerde wijze van omgaan met dit gevoelige thema? Daarbij spreek ik overigens niet expliciet een oordeel uit. Ik wil met mijn boek uitdrukkelijk geen discussiepartner zijn van mensen die hierover hebben geschreven. Ik geef hun argumentaties weer en analyseer hoe de wegen uiteengaan. Wel beschrijf ik de huidige discussies tegen de achtergrond van de reformatorische theologie, waarbij ik in de eerste plaats denk aan Calvijn en Luther, maar ook aan de puriteinen en aan een theoloog als Kohlbrugge.”

Delen in het heil
De kwestie die aangeduid wordt met de ‘toe-eigening des heils’ betreft een persoonlijk gekleurd aspect van het geloof. In de leer van de kerk wordt veelal ingegaan op de vastliggende, objectieve geloofswaarheden zoals de schepping, de opstanding of de verzoening. Bij de toe-eigening des heils gaat het echter om de relatie die de individuele gelovige heeft met God. Het bevindt zich dus op het vlak van het subjectieve beleven van het geloof. De uitdrukking zegt het zelf eigenlijk al: de mens eigent zich het heil tóe. Als je Christus in het geloof aanneemt, deel je in het heil. Van der Zwaag: ,,Hierbij hebben zich in de loop der tijd tal van vragen voorgedaan. Bijvoorbeeld: heb ik wel het recht om me iets toe te eigenen? Heb ik wel de kracht of het geloof om me het heil toe te eigenen? Wat is de rol van de Heilige Geest daarin?”
Deze en andere vragen worden door Van der Zwaag stuk voor stuk behandeld. Allereerst thematisch, daarna vanuit een historisch perspectief. Wie de verschillende afdelingen van het boek doorbladert, zal zich de vraag stellen waar de auteur de energie vandaan haalde om dit monnikenwerk te verrichten. Wat was zijn motivatie? Waarom dit boek? Van der Zwaag: ,,Om die vraag te beantwoorden, moet ik iets zeggen over mijn eigen ontwikkeling. Ik ben opgegroeid in Barneveld en heb altijd gekerkt bij de plaatselijke Gereformeerde Gemeente. Toen ik een jaar of zestien was, werden allerlei vragen voor mij klemmend. Alle mensen - dus ook ik - moeten sterven. Hoe is het om God te ontmoeten? Ben ik bereid? Hoe zou je in een goede verhouding tot God kunnen staan? Ik ging Augustinus lezen en later de zogenaamde oudvaders van de gereformeerde traditie. In 1978 ging ik naar Amsterdam om filosofie te studeren. Mijn eindscriptie ging over de Deense denker S.A. Kierkegaard. Het thema van zijn werk kun je samenvatten als ‘mens tussen tijd en eeuwigheid’. Dat hield mij sterk bezig. Als bijvak koos ik theologie, waarbij ik me verdiepte in de verhouding van doop en verbond in de gereformeerde traditie. Ook volgde ik een college over bekeringsverhalen. Kortom, de dingen die mij toen al bezighielden, zijn allemaal terug te vinden in dit boek. Door de jaren heen liet het me dus niet los. Ik worstelde zelf met de vragen rond de toe-eigening. Een paar jaar geleden is het bij mij persoonlijk tot een doorbraak gekomen. Ik kwam tot het geloof. Wat bij mij voor de laatste ‘stap’ zorgde, was de gewilligheid van Christus. Hij wíl zondaren aannemen en zalig maken. Dat brak mijn verzet, dat loste alle raadsels op.”

Helderheid
Blijkens de talloze verwijzingen naar boeken van theologen uit vroeger eeuwen, moet Van der Zwaag zeer intensief hebben gezocht naar antwoorden op geloofsvragen. Van der Zwaag: ,,Veel goede antwoorden en nuttige raad heb ik aangetroffen in de werken van Calvijn, Luther, Kohlbrugge en de puriteinen. Dat is feitelijk de hoofdstroom van de reformatorische theologie. Maar met die constatering ligt er meteen ook een vraag op tafel, namelijk deze: waarom is de helderheid die de reformatorische hoofdstroom biedt vandaag de dag verdwenen in sommige kerkelijke kringen? Hoewel, niet helemaal verdwenen, maar er is een grote diversiteit aan standpunten, er zijn elkaar bestrijdende groepen. Hoe is dat te verklaren, hoe liggen de verhoudingen precies? Dat wilde ik allereerst zelf begrijpen. Professor Ouweneel zei eens: als je een probleem goed wilt begrijpen, moet je er een boek over schrijven. Die raad heb ik opgevolgd”, aldus Van der Zwaag, die in 1993 al een boek schreef over Augustinus en in 1999 zijn dissertatie wijdde aan artikel 36 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Hoe onbekend het thema van de toe-eigening des heils ook mag zijn in diverse kerkelijke kringen, je kunt er niet omheen dat het een onderwerp is dat hoog genoteerd staat op diverse kerkelijke agenda’s. Bij de samensprekingen tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is de toe-eigening een belangrijk gesprekspunt. Als deze twee kerken op dit punt niet naar elkaar toegroeien, zou een eventueel samengaan wel eens ondenkbaar kunnen zijn. In het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten speelt de discussie rond de toe-eigening sinds jaar en dag een rol van belang, mede vanwege de aandacht die er in de prediking is voor de wijze waarop een zondaar tot bekering komt. Dit kerkgenootschap en aanpalende kerkgenootschappen worden door Van der Zwaag dan ook nauwkeurig onder de loep genomen. Kortom, de toe-eigening is een actueel thema. Maar het is niet alleen actueel, weet Van der Zwaag: ,,De toe-eigening des heils is niet slechts een thema waarover we vandaag in Nederland van mening verschillen. Het is een klassiek christelijk thema, dat al in de vierde eeuw bij Augustinus aan de orde is. In zijn strijd tegen allerlei ketters bleek het al heel belangrijk om te stellen dat het geloof een gave van God is en dat ons behoud tot stand komt door Gods ingrijpen en niet door eigen verdienste.”

Gereformeerde gezindte
Hoe klassiek-christelijk de thematiek van de toe-eigening ook zijn mag, feit blijft dat Van der Zwaag zijn boek schreef als bevindelijk-gereformeerd mens. Bovendien wordt de strijd rond de toe-eigening op het felst gevoerd in de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Daarom wijdt Van der Zwaag veel bladzijden aan geschriften van predikanten uit de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Oud Gereformeerde Gemeenten. Er zijn paragrafen gewijd aan de theologie van ds. A. Moerkerken, de visie van ds. C. Harinck, de geloofsbeleving van de oud-gereformeerde ds. Joh. van der Poel en het denken van dr. C. Steenblok. Wie deze paragrafen leest, zal zich de vraag stellen of de reformatoren ook al zulke specifieke eisen stelden aan het geloof of aan de toe-eigening des heils. Bij ds. Joh. van der Poel tref je bijvoorbeeld een heel bijzondere en gespecificeerde godsopenbaring aan, die elke gelovige zou moeten kennen voordat er geloofszekerheid verkregen kan worden. Het lijkt er soms op of zo’n predikant vooral zijn hoorders wil waarschuwen zich niet te snel als gelovige te beschouwen, in plaats van de mensen aan te moedigen het vertrouwen op Christus te stellen.

Hoe verhouden de schermutselingen van vandaag in de rechterflank van de gereformeerde gezindte zich tot de theologie van de Reformatie? Is er sprake van een latere ontwikkeling waarin de accenten verlegd zijn, zoals bijvoorbeeld bij mensen als ds. Joh. van der Poel?
,,In mijn boek maak ik onderscheid tussen de klassieke gereformeerde theologie en de latere varianten daarvan. Een belangrijk moment is de Afscheiding in 1834. Er ontstaat dan in Nederland een groep kerken buiten de Nederlandse Hervormde Kerk, waarin zich een specifieke ontwikkeling aftekent. Er is sprake van een hoofdstroom binnen de afgescheiden kerken. Die kerken houden vast aan de aloude reformatorische theologie. Er is ook een nevenstroom, die zich afzet tegen die hoofdstroom. Als je die nevenstroom moet karakteriseren, dan kom je bij zaken uit als verzet tegen een ‘gemakkelijk’ geloof, weerstand tegen een vrije aanbieding van Christus in de prediking, nadruk op kenmerken van het ware geloof. Men trok de theologie terug in de binnenkamer: het ging vooral om de hoogstpersoonlijke verhouding tot God, waarin de ziel bijzondere zaken ervaart. Opmerkelijk is dat deze groep tegelijk rationalistisch beïnvloed was. Men redeneerde als volgt: als God mij niet heeft uitverkoren, dan kan Hij mij niet tegelijk Christus welmenend aanbieden. Dat is een tegenspraak. Daarom, zo concludeerde men, wordt Christus niet vrij aangeboden in de prediking.”
Het is duidelijk dat hier een groot probleem is geschapen wat betreft de toe-eigening des heils. Wat kun je je toe-eigenen als jou niets wordt aangeboden? Van der Zwaag beschouwt de theologische ontwikkelingen in deze nevenstroom van de Afscheiding als bepalend voor de discussie van vandaag. ,,Als je vanuit die tijd terugkijkt naar de achttiende en zeventiende eeuw, kun je niet onder de conclusie uit dat er belangrijke accenten verlegd zijn. Tegelijk is het zo dat bepaalde aspecten van de gereformeerde theologie door de nevenstroom zijn geradicaliseerd. Er was bij predikers als Brakel en Smytegelt rond 1700 al grote aandacht gekomen voor geloofservaringen. Maar die predikanten wilden vooral pastoraal hiermee omgaan. In de nevenstroom van de Afscheiding werden de kenmerken van het geloof eisen, waar veel mensen mee in de knoop kwamen.”

Hoe is het mogelijk dat zo’n nevenstroom binnen de kerken van de Afscheiding na 150 jaar nog steeds de discussie bepaalt?
,,Allereerst omdat de vragen rond de toe-eigening geen theoretische vragen zijn, maar zich in de praktijk aandienen. Het is heel natuurlijk dat deze vragen zich voordoen. Maar het is vervolgens wel van belang hoe je ermee omgaat. In bijvoorbeeld de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt werd en wordt de geloofszekerheid vooral gebaseerd op het objectieve verbond. Gods belofte is betrouwbaar, daarop rust ons heil. In de bevindelijke traditie hing geloofszekerheid altijd samen met je persoonlijke geloofsbeleving. Die traditie is op de een of andere manier altijd heel sterk geweest in Nederland. Met name in de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland is er veel over gesproken en veel over getwist. Naarmate een thema vaker aan de orde is, wordt het doorgaans ook meer bepalend voor het kerkelijke klimaat. In de Gereformeerde Gemeenten werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw twee predikanten afgezet. De een was ‘te gemakkelijk’ als het ging om geloof, toe-eigening en beloften, terwijl de ander te ‘zwaar’ was. Die twee gebeurtenissen hebben de Gereformeerde Gemeenten in sterke mate bepaald. Het is opvallende dat de theologische koers van de Gereformeerde Gemeenten vrijwel geheel samenvalt met die van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Beide kerkverbanden staan in de lijn van de nevenstroom van de Afscheiding met hun nadruk op geloofskenmerken en afkeer van de objectieve geloofszekerheid van het verbond en de beloften. Het moet persoonlijk beleefd worden, op een heel intense manier - dat is de boodschap die je van hun kansels nogal eens hoort. Men doelt dan op de toe-eigening des heils. Belangrijk daarbij is het diep beleven van de ellendestaat, van het feit dat je zondaar bent tegenover God. Veel mensen worstelen met de vraag: heb ik nu voldoende zondekennis? Mag ik me nu tot Christus wenden of zal Hij me terugwijzen?”

Blauwendraad
Binnen de Gereformeerde Gemeenten is in de loop der tijd diverse malen protest aangetekend tegen de nadruk op de beleving van de zonde en tegen de kenmerkenleer. Een paar jaar geleden kwam de Delftse hoogleraar Blaauwendraad in de publiciteit, met een tweetal boeken over de leer in de Gereformeerde Gemeenten. Dat bracht wel discussie, maar leek de kerkelijke leiding in de Gereformeerde Gemeenten niet te deren. Er veranderde eigenlijk niets. Wel voelen veel leden van de Gereformeerde Gemeenten zich gesteund door Blaauwendraads geschriften. Lezend in het boek van Van der Zwaag, ligt de conclusie voor de hand dat Blaauwendraads visie geheel in de lijn is met de oude reformatorische theologie. De wijze waarop hij ruimte wil maken voor een nodigende prediking, waarin niet de christen en zijn geloofsbeleving centraal staat, maar allereerst Christus en Zijn gewilligheid om het heil uit te delen - díe nadruk vind je ook in de werken van Brakel, Erskine, Calvijn en veel anderen. Van der Zwaag: ,,Het is altijd kenmerkend geweest voor de gereformeerde theologie dat men Christus en de verlossing vrij aanbood in de prediking. De boodschap draaide om twee zaken: de mens is een zondaar, maar God wil die mens redden. Daarvoor hoeft geen werk te worden verricht, men hoeft alleen te geloven, te vertrouwen op Gods belofte: ‘wie in Mij gelooft, zal leven’. Die ruimhartigheid van de prediking deed geen afbreuk aan het genadekarakter van het geloof. Men hield altijd afstand van het remonstrantse denken, waarin de mens en zijn prestaties in het middelpunt staan.”
De vraag of Blaauwendraad dus feitelijk in het gelijk gesteld wordt door zijn boek, wil Van der Zwaag niet onmiddellijk beantwoorden. ,,Oordeel zelf maar. Ik heb allerlei standpunten geanalyseerd en ik laat vervolgens de conclusie aan de lezer over.” Toch wil hij wel kwijt dat een gezond geloofsleven zijns inziens gebaat is bij de heldere, bijbelse leer die je aantreft bij Calvijn, de Erskines, Brakel en de Puriteinen. ,,Ik denk dat we terug moeten naar die bronnen van de gereformeerde theologie. Er is nu veel verwarring, die we alleen te boven kunnen komen door ons te oriënteren op onze bronnen. Mijn boek schept hopelijk die mogelijkheid. Ik heb uit allerlei ‘kampen’ de mensen aan het woord gelaten en hopelijk recht gedaan. Dat was althans mijn streven. Nu het totaalbeeld op tafel ligt, kunnen we ons er met elkaar over buigen en nagaan of we misschien verkeerde keuzes hebben gemaakt.”

N.a.v. Dr. K. van der Zwaag, Afwachten of verwachten? De toe-eigening des heils in historisch en theologisch perspectief, uitgeverij Groen, Heerenveen 2003;

Bron: CV Koers (over Klaas van der Zwaag)

Activiteitenkalender

Webshop

Het verhaal van Augustinus
Hoe kan God mij aannemen?
Het verhaal van William Booth
Nederigheid

Nieuws

Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.