Jongerenavonden en haar verschijnsel

Jongerenavonden en haar ontstaan (1)

Jonge mensen, ik wil nu met jullie spreken over de jongerenavonden. Daarmee ga ik in op wat ik jullie de vorige maal beloofd heb. We lieten jullie toen al merken dat we over deze beweging ernstig bezorgd en verontrust zijn. En hoe meer dat we er van aan de weet komen, hoe meer afwijzend dat we tegenover deze avonden staan. De reden daarvoor is overduidelijk. Misschien vragen jullie je af waarom. Je vindt het mooi dat er iets voor de jeugd gedaan wordt. Je kunt er iets zinnigs horen, terwijl je er ook andere jongeren ontmoet. Je krijgt gesprekken, je hoort de opvattingen van anderen. Je denkt erover na, je maakt vergelijkingen en trekt je conclusies. We weten dat jullie zo denken. Dit weten de oprichters van deze avonden ook. Hier gaan zij gevoelig op in. Ze wekken jullie belangstelling op. Daarvoor bedenken ze allerlei thema's. Deze zijn veelzeggend en bedoelen je te raken. Opdat het je nieuwsgierigheid opwekt. Nu zou er op zichzelf niets op tegen zijn dat jullie contacten zoeken en met elkaar over allerlei onderwerpen van gedachten wisselen. Ook het onderzoek der Schrift willen we niet afwijzen. In tegendeel. We zien de naam des Heeren graag onder jullie verhoogd. We wensten met Mozes wel dat al het volk profeten ware. Doch de geesten zijn onderscheiden. Het is niet alles Israël dat zich Israël noemt. Jullie moeten eraan denken, dat er in de vorming van je mening door middel van de opinie van deze mensen een groot gevaar schuilt. Men probeert iets van je te maken wat je niet bent. Men zoekt je te vormen tot iets waar god niet van weet. Je wordt op een grond geplaatst, die het niet houdt voor de eeuwigheid. Je komt hiermede in de vaarwateren van mensen waarvan Salomo zegt: een geslacht, dat rein in zijn ogen is en van zijn drek niet gewassen is; een geslacht, welks ogen hoog zijn en welks oogleden verheven zijn; een geslacht, welks tanden zwaarden en welks baktanden messen zijn, om de ellendigen van de aarde en de nooddruftigen van onder de mensen te verteren. (spr. 30:12-14). Deze verkeerde geest merkten we al op bij de introductie van deze avonden. Deze mensen twijfelen niet aan zichzelf en zijn hoog bekeerd. Voor de handhaving van hun bekering gebruiken ze de oudvaders. Hun getuigenis moet hun bekering verzekeren. Dit trad al voor de dag toen men ervan schreef in het Reformatorisch Dagblad en de Terdege. Daarbij gaf men ook nog eens aan hoe selectief men met de oudvaders omgaat. De wijze waarop men hen onrecht aandoet, blijkt duidelijk in hun eenzijdige citaten, waarmee men onze vaderen laat buikspreken. Deze vorm van bedrog kwam in de Bijbel al voor bij valse leraars die hun brieven onder de naam van apostelen schreven, 2 Thess. 2:2. Dit zien we ook in de hedendaagse lectuur die in de zogenaamde liefde voor de waarheid geschreven wordt om de aloude beproefde leer ter discussie te stellen, te ondermijnen en uiteindelijk te verwerpen. Deze wijze van doen, zien we al meer voorkomen bij de zogenaamde evangelische bewegingen in onze gereformeerde gezindheid Dit resulteerde in de vaderlandse kerk tot een terzijde plaatsen van onze dierbare belijdenisgeschriften. Het zal niet moeilijk zijn om dit ook in die jongerenbewegingen te ontdekken. Als jullie goed opletten jonge mensen, dan zal je zien dat het aan al die zogenaamde goede bedoelingen feilt. Dat is duidelijk te merken in de opzet en de motieven Ofschoon ze er in roemen, moet men van de ware leer van Gods soevereine genade en het bevindelijke leven uit God niets hebben. Men proclameert de zelfwerkzaamheid van de mens. Men heeft het over een boekengeloof en dodemanshersenen in plaats van het zaligmakende geloof in Christus. Het belijden wordt voor leven gehouden. Het is geen harten-, maar hoofdwerk geworden Ze geven nu af op wat zij eerst beleden. Je kunt wel denken dat dit voor henzelf, alsmede hun ijver om jullie te bekeren, zeer gevaarlijk is. We weten dat deze mensen hoofdzakelijk uit onze kringen komen. Ze weten zich misdaan, omdat hun godsdienstige gevoelens niet overgenomen konden worden. Liefdevol zijn ze vermaand om de ondeugdelijkheid daarvan in te zien. Ze achten zich beledigd en houden zulk een waarschuwing voor vijandschap van het ware leven. Verscheidenen van hen onttrokken zich van de christelijke religie, zoals die tot nog toe bij ons gehandhaafd wordt. Ze maakten zich vrienden in de oppervlakkige godsdienst. Dit ontaardde in een vijandschap waarvan nu de gevolgen te zien en te horen zijn. Zodoende wil men de reeds kritische jongeren over de streep halen, terwijl men de onbevangen geesten in de strik vangen wil. Het is jammer dat ik dit zeggen moet en het doet me pijn. Ik wil jullie niet tegen die mensen opzetten, maar laat deze beweging varen, jongelui! In de volgende keren hoop ik het verschijnsel, de werkwijze, en de leer van deze jongerenbeweging nog aan de orde te stellen. De Heere wake nog over jullie en onze gemeenten.

Jongerenavonden en haar verschijnsel (2)

Laat het duidelijk zijn jonge mensen dat het niet de bedoeling is dat we in deze rubriek gaan schimpen. Wanneer we zo gaan schrijven missen wijn ons doel. Wij hopen echter wel eerlijk met elkaar en ook met jullie om te gaan. Ook willen wij bij de symptomen van al die mensen, die naar verandering staan, niet om de schuld heengaan. We zijn er ons van bewust dat de kerk steeds weer gereformeerd moet worden. Lauwheid, vormelijkheid, zelfgenoegzaamheid en ingezonkenheid doet het kerkelijke leven kwijnen. Dit gaf in het verleden vaak een voedingsbodem aan in evangelische bewegingen, sekten en stromingen. Hun ontstaan en doen is vaak een reactie op de koudheid en de liefdeloosheid die er in de kerk heersen kan. Dit is niet alleen een fenomeen (verschijnsel) op kerkelijk gebied, maar ook in de wereld. Een mens wil in onze koude, materialistische wereld warmte en geborgenheid. Wanneer dit in het christendom niet te vinden is, vervalt men in de ideologieën of de oosters mysteriën. Bij de evangelischen zijn doorgaans deze verschijnselen gelijk een vuur dat hoog opbrandt en spoedig weer dooft. Men zoekt het allemaal buiten God om. Daarom moeten jullie het niet in de wereld, niet in de godsdienst zelf, maar bij de Heere zoeken, jonge mensen. Vaak is het zo dat wanneer we de oude paden verlaten, er bij ons geen houden meer aan is. Ik moet bekennen dat ik daar zelf schuldig aan was. O, als de Heere niet ingegrepen had, was ik daardoor in zeer korte tijd naar de rampzaligheid gereisd. Dit geldt ook voor een eigenwillige godsdienst. We hebben er van mijn vroegere vrienden gezien die op deze manier hun eeuwig ongeluk tegemoet gingen. Zij hadden met grote sprongen over de schuld heen een Jezus aangenomen, Die God hun niet geschonken had. Met hun ingebeeld geloof zijn ze ten gronde gegaan. Er waren onder deze mensen die mij, toen ik in mijn ongeluk liep, voortdurend poogden hun geloof op te dringen. Hoewel ik van godsdienst geen verstand had, voelde ik hiervan het bedrog. Hoe diep ongelukkig is ook was, ik kon nimmer jaloers op hen worden. Hun ijver is ongekend. Vrijmoedig, juichend en evangeliserend vulden ze de tijd. Maar ik heb ook hun einde gezien. Droevig en ellendig liep het af. Er was geen wortel in de goede aard. God wist er niet van. Het was niet meer dan een wonder- of tijdgeloof. Geloof me jonge mensen, het gaat nooit buiten de schuld en Gods recht om. We zijn Adam. Dit leren we door het ontdekkende werk van Gods Geest. Ik was toe 23 jaar, maar dat betekent wel 23 jaar te lang gezondigd tegen een goeddoend God. Overtuigingen had ik genoeg, maar ik leefde er overheen. Toen God me arresteerde, was het afgelopen. Mijn zonden werden ordentelijk voor de ogen gesteld in het licht van Zijn Aangezicht, dat van heiligheid en gerechtigheid blonk. Niet de beloften, maar Gods oordeel was voor mij. God toornde over mij rechtvaardig. Gods wet verdoemde mij. De hel en eeuwige afgrond ging voor mij open. Het werd een verloren zaak en ik mocht het billijken. Maar Christus kwam tussenbeid. De hemel werd over mij bewogen en de Heere rukte mij als een brandhout uit het vuur. De Zaligmaker ontdekte Zich aan mijn ziel. God leidde me terug naar de val, daarna naar het paradijs en voorts naar de eeuwigheid. Vandaar verklaarde Hij mijn Zijn eeuwigheidsliefde en sprak goede woorden tot mijn ziel. Mijn zonden werden mij vergeven en de schuld verzoend door de offerande en het bloed van Christus. De volle vrede daalde af in mijn ziel. Mijn hart werd overstort en vervuld van Zijn liefde. Zo weet elk één die God vreest echt wel hoe hij aan de zaligheid komt. Deze komt van God door Christus. Christus is de verdienende oorzaak van de zaligheid. Dat gaat door het wonder heen. Dat wonder van God. Het steunt op het verkiezende welbehagen Gods. Christus is de Middelaar. Door Zijn bloed is de vergeving. Als je dit in je leven leert, dan heb je met die praat van wat je op die bewuste jongerenavonden hoort niet veel op. Hun leer verfoei je en met hun werken kun je je niet verenigen. Dan laat je je niets wijs maken. Dan trek je op Gods ware volk aan. Wat een droefheid geeft het me te zien dat men doorslaat naar de andere, helaas, de verkeerde kant. Als deze mensen gelijk hebben, dan hebben al de ware Sionieten het mis gehad. Hoe kom ik daarbij zullen jullie je afvragen. Wel dat kunnen we lezen in de projectie van hun lezingen die zij op die avonden hielden. Schokkend van inhoud lazen we de korte verslagen daarvan in de krant. Er werden mij twee lezingen opgestuurd (inmiddels heb ik er meerdere ontvangen) waarvan men mij mededeelde dat ze van het internet komen. We zijn van de inhoud, de leer, de manier waarop zij Calvijn, de oudvaders en de puriteinen citeren en interpreteren, ten zeerste geschrokken. Nogmaals, jonge mensen, laat je niet misleiden. Vraag de Heere om ontdekkend en onderscheidend licht. Hij zij je genadig.

Jongerenavonden en haar werkwijze (3a)

Jonge mensen, het is jullie toch wel duidelijk over welke jongerenavonden wij schrijven. Er moeten geen misverstanden ontstaan. Het gaat om hen die alternatieve godsdienstige bijeenkomsten beleggen, in kritiek op bestaande kerken, leraars en hun leer in een bepaalde buurt. Er bestonden reeds avonden waar jullie op centrale punten samenkwamen. Ook nu lees ik wel eens in kerkbladen dat er contactavonden zijn voor de jeugd, waar op een verantwoorde wijze voor jullie allerlei onderwerpen behandeld worden. Die bedoelen wij dus niet. Eerlijk gezegd sta ik er zelf op, dat we binnen de eigen kring op de zaterdagavond de huiselijke gezelligheid opzoeken, waarbij men zich op de dag des Heeren voorbereid. Daarbij kan men vrienden, vriendinnen en bekenden uitnodigen. In menig huiskamer hoorden we vroeger dan het psalmgezang klinken. Warme liefdebanden werden daar gelegd. Onvergetelijke herinneringen vervulden het gemoed van de aanwezigen. In onze tijd ebden deze dingen van lieverlee weg. Drukte en gejaagdheid bezet ons leven. Men wordt geleefd. Nadenken aan de komende eeuwigheid doet men nauwelijks meer. Aan de huisgodsdiensten lijken we vreemd geworden. Eigenlijk zien we bij deze organisaties aan een ongeneselijke kwaal leiden. We zijn thuis wat kwijtgeraakt. We moeten en willen het ergens anders zoeken. Als de ware godsvreze gaat wijken, dan komt de surrogaat (vervangmiddel). Op dat laatste steunt het hele verenigingswerk van de kerken. Als God het niet meer kan doen, gaan we zelf aan de slag. Zo kweken we een godsdienst waarbij er voor God Zelf en voor Zijn Heilige Geest geen plaats meer is. We kregen een legio aan mensen die vroom en bekeerd zijn in eigen oog. Hoe moeilijk zal het zijn om hen van het tegendeel nog te overtuigen. Als God er niet aan te pas komt, gaat men daarmee voor eeuwig verloren. Dit laat ons niet onverschillig. Integendeel. Het gaat het mij wel terdege aan het hart. Zodoende heb ik mij eertijds er ook toe laten bewegen op dergelijke avonden voor te gaan. Met pijn verliet ik mijn gezin. De zaterdagavond met hen door te brengen was mij lief. Ik deed het voor de jeugd en heb er enigszins een goede herinnering aan. Het deed mij veel zoveel jongeren bijeen te zien. Hun vragen en hun eeuwig welzijn ontroerde mijn ziel. Jullie hebben mijn hart, jonge mensen. Bij dit al gevoelde ik toch een gemis en een grote leegte. Ik zou het met de woorden van David willen uitdrukken als hij zegt: “Een ding heb ik van de Heere begeert, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheden des Heeren te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel”, Psalm 27: 4. Och, jonge mensen, zoek het vooral in Gods huis en in de eredienst. Daar wil de Heere wonen, werken en verheerlijkt worden. Onder de oude en beproefde waarheid worden de knopen ontbonden en de raadselen opgelost. Laat de onderlinge bijeenkomsten, waarin God de gemeenschap met Zijn Kerk onderhoudt, niet na. Kom met je vragen en nood maar voor Gods aangezicht. Beweeg je onder de wettige middelen der genade, zoals we die in de instellingen Gods vinden. Men heeft die wel de werkplaats van de Heilige Geest genoemd. Gelukkig zendt en houdt de Heere op verscheidene plaatsen in ons land Zijn getrouwe dienstknechten, die de volle raad Gods verkondigen. Ook worden de ouderlingen nog gebruikt om ons de leer der ouden nog voor te stellen. Bij de eigenzinnige houding van het comité jongerenavonden voldoen deze blijkbaar niet. Gods ware, geroepen en getrouwe knechten schieten veel tekort in de ogen van deze jongelingen, die net om de hoek komen kijken. Volgens hen laten zij de braak zoekende mens maar in het duister en ongewisse. Daarom vergaderen zijn hun eigen leraars naar hun eigen begeerten. Deze schuwen het psychische geweld niet om hen zelf bekeerlingen te maken. Ze verlaten hun eigen gemeentes om als vossen de wijngaard van anderen te bederven. Juist daar waar Gods ware knechten staan, beleggen ze hun vergaderingen. Daar waar het kerkvolk nog hun plicht verstaat, hebben zij hun arbeidsveld. Dit is heel opvallend: waar God Zijn Kerk bouwt, bouwt de duivel zijn kapel er naast. Nu willen we alle voorzichtigheid betrachten. We kennen verscheidene van deze leraars, daarom voel ik ook de pijn. Nochtans wil ik jullie duidelijk maken, zoals jullie zelf ook wel aanvoelen, dat hun werkwijze niet deugt. We hopen daar een volgende keer op door te gaan. De Heere geve jullie een geest van onderscheid en veel liefde voor ’s Heeren huis en Gods waarheid.

Jongerenavonden en haar werkwijze (3b)

In aansluiting op wat wij de vorige keer schreven, weten we ons genoodzaakt jullie verder in te lichten over de handelwijze van dit comité. We zijn van de Heere zo’n beetje door het hele kerkelijke leven heen getrokken. Daardoor leerden we allerlei gedachtegangen die daar heersen, tamelijk goed kennen. Eigenlijk had ik van die vorm van godsdienst, die we bij deze jongerenbeweging vinden en we in vroeger tijd in de Hervormde kerk reeds tegenkwamen, al dadelijk afstand genomen. Maar nu we deze tendens ook in onze kringen, onder hun invloed waarnemen, wil ik me ervoor inspannen om je de noodzaak duidelijk te maken je hiervan de distantiëren. Met licht van Boven zal je spoedig zien van welke kant deze mensen gedreven en door wat geest zij beheerst worden. Wel moeten we weten dat we nergens bovenuit kunnen komen. We zijn gemakkelijk tot het kwade te bewegen vanwege onze natuurlijke onwetendheid. Daarom willen we jullie waarschuwen voor het gevaar dat in deze jongerenbeweging schuilt. We willen jullie graag tot onderwijs zijn in de hoop dat je ogen ervoor opengaan en je voor erger kwaad behoedt wordt. Ware het dat men de jeugd van de straat en uit de grote steden van hun eeuwig ondergang behoeden wilde, dan zouden wij als leraars gezwegen hebben. De liefde tot onbekeerde zielen dringt ons ook. Ware het zo, dat men de jeugd uit hun eigen kerk (daar deze leraars in het merendeel Hervormd zijn) voor het komende onheil wilde waarschuwen, wij zouden ons stil houden, want we weten hoevelen daar rand- en onkerkelijk zijn. Hadden zij hun taak onder de arme bedrogen zielen in hun eigen gemeente en gezinnen waargenomen, wij hadden het kunnen begrijpen. Doch hier geldt een dadelijke vijandschap tegen de oude beproefde, schriftuurlijke en bevindelijke waarheid. En men probeert wel- of onbewust een wig in onze gezinnen en kerkverband te drijven. Het valt ons op dat deze mensen voor het zondekwaad in hun eigen gemeente, kringen en leven heel tolerant zijn, maar aan een nauwgezet leven naar de regel der godzaligheid stoten zij zich. Aan het secularisatieproces schijnen ze geen boodschap te hebben. De christelijke eenvoud moet het ontgelden. Tegen de bedorven leer in hun eigen kerk verheffen ze geen stem, maar aan alle bevindelijkheid der waarheid zijn ze wars en dwars. Dit alles wordt onder de schijn van liefde voor onze jeugd bedekt. In feit laat men zich door valse ingevingen leiden. Dit bracht vroeger al een omwenteling in het kerkelijk leven teweeg. Nu moeten wij de beurt krijgen. Het is de heerschappij des duivels die zich tegen ons verheft. Satan bedoelt niets anders dan het ombrengen van het levende kind. Gods Kerk wordt ook nu door hem vervolgd. Daartoe gebruikt hij de meest geschikte middelen. In de valse leer, verkeerde boeken, ketterse geschriften en de nieuwe vertalingen van de Bijbel gaf hij zijn bedrog een vaste vorm in het huidige kerkelijk leven. Zijn boze raadslagen tegen Zijn heilig Woord, worden veelal door zeer godsdienstige mensen uitgevoerd. Helaas lenen deze jonge mensen en hun leraars zich hier ook voor. Vooral degenen die uit onze kringen komen, zijn voor hem zeer bruikbaar. Hun afzetten tegen wat ze eerst najaagden, komt hem goed te pas. Hun vijandigheid tegen de bevindelijke waarheid is koren op zijn molen. In hun blindheid slaan ze nu helemaal door naar de andere kant. Eigenlijk is het altijd als zo geweest. De gewezen christenen werden tot de verwoedste vervolgers van Gods volk. De afvalligen waren de grootste haters van het ware leven. Van zodanige aard is de antichrist die zich sterk maakt in het laatste der dagen. De antichrist moeten wij niet in de moslims zoeken, maar in de verlaters van het christendom. De wijze waarop het christendom tot afval komt kan onder meer in het volgende gezien worden. De duivel kweekt een gedaante van Godzaligheid, waarvan de kracht geloochend wordt. Hij laat de Bijbels niet meer verbranden, maar laat ze bij miljoenen vlas vertalen en verspreiden. Hij verwoest de kerken niet langer, maar bouwt ze veeleer op om de geestelijke hoogmoed te bevorderen. Hij vermoordt de christenen niet op de brandstapels, maar ziet er op toe dat ze tot kinderen der hel gemaakt worden. Deze tactiek heeft hij vanuit het verleden tot nu toe met succes toegepast. Zo moet de kerk der reformatie tot een val gebracht worden. De strik waarin men in het verleden gevallen is, wordt nu om de hals van deze jonge mensen gelegd. Ze zien het helaas niet. De Heere opene hun ogen en geve nog bekering van deze heilloze weg waarin zij zich vastpinnen op een ingebeeld geloof.

Jongerenavonden en haar werkwijze (3c)

Wat de werkwijze betreft, willen we nog even stilstaan bij de methode die de leraars op deze avonden hanteren. Daarvoor moest ik eerste de lezingen onderzoeken, waarbij de de één natuurlijk van de ander verschilt. Ik moet zeggen dat het mij zwaar valt om met dit werk bezig te zijn. Ik kan niet begrijpen dat hier iemand door geboeid zou kunnen worden. Het lezen van onze godzalige voorvaderen heeft mij nimmer verdroten, maar hier is haast niet door te komen. Als ik die lezingen doorneem, ga je de geschriften der vaderen nog meer waarderen. De laatstgenoemde zijn mij lief en daarom onderzoek ik hen gedurig. John Bunyan's Christenreis was na de Bijbel het eerste boek dat ik in handen kreeg. Het was tot een inwendig vermaak en een levendig onderwijs. Mijn vader gaf mij van Andrew Gray, De overste leidsman. Ik was ontdaan van de liefde en de waarheid Gods, die ik erin las. Ik kocht al zijn geschriften en werd er door onderwezen en verkwikt. Ik zou deze mensen hartelijk liefhebben als ik ooit iets van die Geest en het werk Gods in hen bespeurde. Helaas, ik ken die mensen wel, maar zó niet. Het derde was het gedegen en fundamentele werk van Hugo Binning, De ettelijke gronden der religie. Dat is de waarheid zo God ons die leert. Als jullie ze lezen willen, lees ze helemaal en gooi die lezingen aan de kant. Ook ik wens de kennis van de genade niet te begraven in een dood formalisme. Maar als ik de werkwijze van deze mensen zie, dan heb ik daartegen ernstige bedenkingen. Ik bemerk dat ze onze godzalige vaderen dingen laten zeggen die ze zelf helemaal niet gezegd hebben. Vooral de passages over Zacheüs en de stokbewaarder worden onder valse voorwendselen aangewend. Wij willen en moeten daar ook tegen waarschuwen, jonge mensen. De methode om invloed op jullie te verkrijgen is niet alleen verdacht, maar maakt me ziek. Ik denk dan weer aan de eerste lezing die ik in handen kreeg, waarbij ik mij ontzetten over de werkwijze van die leraar. De manier waarop deze lezing in elkaar zat, stuitte mij tegen de borst. Zo ga je niet met de jeugd om en nog minder met Gods waarheid. Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven. Verder acht ik het gehele werk in die lezingen ondeugdelijk. Het zijn dan wel geen preken, maar toch is de inhoud van hun werk theologisch, dogmatisch en exegetisch ver beneden de maat. Het doet de leer en de Heilige Schrift grotelijks te kort. Het is voor Gods Kerk een troosteloze zaak om je hierin te verdiepen. Maar goed, het is niet mijn bedoeling om van ons kerkblad een polemisch geschrift (een blad waarin een pennenstrijd gevoerd wordt) te maken. Binnen onze gereformeerde traditie kennen we genoeg degelijke geschriften om de fundamentele zaken der Heilige Schrift te onderzoeken.
Ik bepaal me er nu bij om op hun handelwijze te letten. Men gaat uit van een vooroordeel tegen de leraars, die de Schrift onverkort handhaven en de volle raad Gods voorstaan. Vervolgens gaan ze er zogenaamd een eindje in mee, om hen dan ongeloofwaardig te maken. Zodoende maakt men de verwarring onder jullie nog groter dan ze in werkelijkheid is. Op een gegeven moment gaat men tot de kritiek over. In plaats van dat ze zichzelf ootmoedig afkeuren, zoals men dat bij Gods ware knechten vindt, komen ze er zelf heel beslist af. Daarbij doen ze heel geleerd en citeren zelfs geleerden welke wij om hun leer en opvattingen verwerpen. Ik denk hierbij aan mijn studententijd. Door mijn studie hoorde ik hoe leraars, die de naam van gereformeerd dragen, met Barh, Van Ruler, Berkhof enz. op de kansels kwamen. Hoe gevaarlijk gaan ook deze mensen, door wie dan ook beïnvloed, te werk als zij zich tegen de onder ons gehandhaafde waarheid afzetten. Men gebruikt daarvoor Calvijn en Luther. Dit komt vleiend over en dient er voor om ons een rad voor de ogen te draaien. Het hunne is in hun ogen dan het waren en wij denken maar in systemen. Nu bestudeer ik op dit ogenblik haast niet anders meer dan Calvijn, Ursinus en Olevianus en daar lees ik heel andere dingen dan dat zij zeggen. Hun citaten worden naar hun eigen opvattingen geschikt. Op die manier hebben onze reformatoren het gehele protestantisme gechargeerd (bekoord) maar in feite moeten ze van hen in het geheel niets hebben. Het gereedschap van de handswerksman in de handen van een geletterde leidt tot een verkeerd gebruik. Zo is het ook in geestelijk zin. Het is de wijze en de verstandige verborgen, maar de kinderkens geopenbaard. Deze letterwijzen ondermijnen al de gevoelens der vromen en ze kunnen niet om de doodstaat heen, anders zouden ze ook die nog openlijk loochenen. Ze mogen ons dan wel in een kwaad daglicht brengen jonge mensen, maar over jullie zijn we bezorgd. Deze ijdele lieden verwringen de hele waarheid in de poging om jullie hun geloof op te dringen. Ik verfoei deze handelswijze om nog maar niet van dat andere gespot te spreken. De lezingen zijn onbetrouwbaar. Zelfs wanneer men die nog letterlijk uit de boeken overneemt, schuilt er een addertje onder het gras. Bij de beantwoording van de vragen kom de onkunde van het ware geestelijke leven helemaal voor de dag. Briefje kwijt en hun geloof is weg. De conclusie is: men moet gewoon van Gods ware volk niets hebben, laat staan van de leer van vrije genade en de vrijmacht Gods. Arme mensen. Arme jeugd.

Jongerenavonden en hun leer (4a)

Jonge mensen, we willen ten slotte in beperkte mate nog ingaan op de leer welke op die jongerenavonden gebracht wordt. Persoonlijk hebben we van de geest van deze mensen wel geproefd en zijn er bedroefd van geweest. Het is heel erg om te ervaren hoe iemand zich

zelf bedriegt, maar ook door een verkeerde zin gedreven hun geloof door middel van redenatie aan anderen willen opdringen, In dit schrijven ga ik nu niet gedetailleerd te werk.

In dit opzicht verwijs ik jullie naar De Samenbinder, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten, waarin de redactie na een nauwkeurig onderzoek, in vier artikelen voor deze jongerenbeweging terecht en ernstig gewaarschuwd heeft. We kunnen hier ten volle achter staan. Ook ds. Mallan heeft in de Wachter Sions duidelijk, in vergelijk met de leer onzer gereformeerde vaderen, aangetoond met welk bederf die leer besmet is. Neem het ter harte jonge mensen, want daar hoor je de taal van Gods ware Kerk. Onze vaderen handelden net zo, omdat ze hun roeping verstonden en daarom waarschuwden ze tegen de valse leer. Ik moest aan hen denken in mijn schrijven tegen die leraars en hun opvattingen. Ik wilde vaak het goede ervan denken, maar als ik voor ogen zie wat er aan de hand is, dan moet ook ik in alle ernst tegen deze avonden waarschuwen. Ik heb wel de preken gezien van remonstranten uit de tijd van Dordt, die doorgaans veel rechtzinniger waren, als van hen die zich nu gereformeerd noemen, Toch lieten de Dordtse vaderen het er maar niet bij zitten. Want bij de opkomst van het Arminianisme raakten de calvinistische Godgeleerden verdiept in nieuwe geschilpunten. Zij weidden breed uit over de werkzame genade in de uitverkiezing, herschepping en bekering, om de neiging van deze godsdienstige geest tegen te werken. Dit heeft met betrekking tot de heilsleer grote gevolgen gehad. Uiteindelijk gaf God ons door hun hand een kostelijk belijdenisgeschrift in de Dordtse leerregels. Jonge mensen, onderzoek deze geschriften. De remonstrant leert de verkiezing vanwege een voorgezien geloof Vervolgens staat hij voor de algemene verzoening door Christus.

Voorts leert hij de kracht van de verdorven wil ten goede. De genade van God is volgens hen te weerstaan. En tenslotte is er ook nog een afval der heiligen mogelijk. Nu gaan we geen beschuldigingen tegen de mensen van die jongeren beweging uitbrengen. Maar ik herhaal wat er in De Samenbinder boven de artikelen staat: "Beproef de geesten." Let op, want de remonstrant zit in ons aller hart. Een mens zonder genade doolt alle kanten uit. Deze adder wordt vaak met rechtzinnigheid bedekt.

Jongelui, vraag om ontdekkend Geesteslicht. Wat we vervolgens bij die jongerenbeweging duidelijk zien, is dat ze het stuk der ellende mijden. Ze zetten zich er

zelfs tegen af. Ze leren het heel anders dan wat Paulus in het stuk der bekering doet, waarbij de mens door de genade van Gods Geest zijn ogen geopend ziet voor zijn verdoemelijke staat, Hand. 26:18. Men springt met grote sprongen over de schuld heen. Ontkennen doet men het niet, want dat zou rechtstreeks een aanval op de gereformeerde traditie zijn. Nee, zo wil men niet in de openbaarheid komen. Het gaat er bedekt aan toe. Geleerd als men is, weet men wat er in Engeland gaande was.

Onbedoeld werd de aandacht van de rechtvaardiging door het geloof afgeleid door de zogenaamde 'New England'-theologie. 'New Engeland' is de samenvattende naam voor zes staten in het noordoosten van de Verenigde Staten, welke na de kolonisatie door de Engelsen zijn gesticht. Deze voornoemde theologie heeft grote nadruk gelegd op het voorbereidende werk van de wet. De puritein, die daarop belangrijke invloed heeft gehad, is William Perkins. Rij lag in de lijn van Theodorus Beza (1519-1605), die geleerd heeft dat een mens door de Heilige Geest een vermogen krijgt, waardoor de roeping in zijn hart kan door dringen. In ieder geval werd er een accent gelegd op de kenmerken van de preparation, waarmee de toeleidende weg tot de rechtvaardiging bedoeld wordt. Nu om die toeleidende weg gaat het. Van Christus moet gepredikt worden. Van een weg tot Christus weet men niet. En van kenmerken moet men niets hebben. Wat denken jullie jonge mensen? Onderzoek het eens. Vraag eens of we dit bevindelijk aan de weet mogen komen. Vraag naar God om bekering en om genade bij God.

Jongerenavonden en hun leer (4b)

Alvorens we verder gaan met de beantwoording van de vragen die ik jullie de vorige keer stelde, moet ik eerst nog eens duidelijk maken waartegen ik schrijf. Uit de zorgen die in onze gemeenten ontstonden over een beweging van jongeren, die overigens door velen toegejuicht wordt, met name door de Evangelische Omroep, gaf mij de Commissie van Onderzoek de opdracht om tegen hun leer enige artikelen te schrijven. De reden van die verontrusting is dat hun opvattingen en leer niet overeenkomen met de gezonde woorden der Heilige Schrift. Daar men deze zeer nabijkomt en men ons met de ons welbekende termen tegemoet komt, is dit voor onze jongeren zeer verwarrend. De opkomende twijfel en vragen in het hart van onze jeugd, die er jegens deze jongerenbeweging ontstaan, zoekt men weg te nemen door hen er voortdurend op te wijzen dat de leer die zij brengen de leer der reformatoren is. Gelukkig blijkt uit enkele reacties dat er jongeren zijn uit onze kringen wiens ogen ervoor open gingen, dat dit geen waarheid is. Daartoe dienen dan ook de waarschuwingen binnen de kerken, waar men de oude beproefde waarheid nog voorstaat, tegen deze wind van leer. Maar het blijkt voor iedereen nog steeds niet duidelijk te zijn over welke jongerenavonden het gaat. Om verwarring met de andere contactavonden voor jongeren te voorkomen, wil ik er dan nog op wijzen dat deze bewuste jongerenavonden in Hardinxveld-Giessendam, Barneveld, Wierden en naar ik verneem inmiddels ook in Dirksland en Gouda gehouden worden. Ze opponeren selectief tegen onze gezindheid en brengen in verschillende vormen een aantal zware beschuldigingen tegen ons in. Daarmee ondermijnen ze niet alleen ons ambtelijk werk, maar ook de leer zoals we die voortdurend toetsen aan die van de apostelen, de kerkvaders, de reformatoren, de oudvaders, de puriteinen en de bevinding der heiligen. Nu zullen wij dit alles wel verdragen hebben indien men zover niet gegaan was om onze gezinnen te ontwrichten door twijfel en verdeeldheid in onze kerken te zaaien. Zo weten we ons op grond van de Heilige Schrift verplicht om dezulken tegen te staan. De weerlegging van zodanig kwaad is van de Heere een geboden zaak in ons ambtelijk werk. Nu moeten jullie in mijn schrijven geen theologische discussie in het landelijke kerkblad verwachten. Dit schrijven is een pastoraal schrijven naar jullie als jeugd. Het gaat mij er het allerminst om die andersdenkende jeugd en de betreffende leraars in een kwaad daglicht te zetten. Ik schrijf dan ook niet tegen dit comité of die leraars op zich, want dan zou ik hun namen wel genoemd hebben, of had ik wel een persoonlijk gesprek gewild. Nee, het gaat hier om de beweging waarin we een geest proeven die dermate met Gods Woord verschilt, dat we genoodzaakt zijn ertegen te waarschuwen. Daarbij neem ik voortdurend in acht dat de Heere gezegd heeft dat die met Mij niet vergadert, die verstrooit. Ook houd ik in gedachten wat Hij de discipelen antwoordt op de vraag der discipelen om iemand te verbieden die in Zijn Naam duivelen uitwierp en Hem en de discipelen niet volgde. Hij zei tot Johannes: Verbiedt het niet. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons", Luk. 9:50. Daarom zijn we uiterst voorzichtig want het is ons niet gegeven om over de consciënties te oordelen. Christus zelf oordeelt zodanige mensen in de dag der dagen, Luk. 7:15-23. Ook Paulus is in een zekere mate verdraagzaam tegenover hen die niet zuiver zijn in hun motieven ten aanzien van de prediking van Christus, Fil. 2:12-19. Daarom gaat het er ons niet om ons zo hard mogelijk tegenover deze jongeren of de betreffende leraars op te stellen. Ook willen we hen met geen zwaard doorsteken. We behoren elkaars behoudenis te zoeken. Het zal toch wat wezen om onbekeerd de eeuwigheid in te reizen. De Farizeeën vervloekten de schare die de wet niet kenden. Zij hadden er geen notie van wat de eeuwige verdoemenis voor een zondaar uit~. De discipelen zelf wisten ook niet van hoedanige geest ze waren, toen ze vuur uit de hemel wensten voor de Samaritanen die hen de deur weigerden. Van de Vriend van hoeren en tollenaren horen we dat de Zoon des mensen in de wereld gekomen is, niet om zielen te verderven maar om te behouden. Wij als leraars wensen jullie, alsmede ook de leden van die beweging der jongeren, dit zakelijk te mogen doorleven. Al schrijven we daarom weleens scherp, nochtans doen we dit uit de aard der liefde.

Jongerenavonden en hun leer (4c)

Jongelui, we hebben jullie de voorlaatste keer over de toeleidende weg bevraagd. Eigenlijk was dit verkeerd. Het gaat er niet om wat wij van God en Zijn wegen denken, want ons oordeel is verduisterd. Van belang is wat God ons in Zijn Woord leert en die dingen waaraan de Heilige Geest getuigenis geeft. Natuurlijk hebben wij onze eigen gedachten, maar die doen in onze bekering niet mee. Ook de visie van die jongerenbeweging en hun eigenzinnige opvatting hebben geen autoriteit. De uitspraken van hen bevreemden ons niet, want ze zijn al oud en we kunnen gerust zeggen dat de kerken die zich nu samenvoegen er aan ten gronde gegaan zijn.

Ik denk trouwens dat ook wij, die aan de oude beproefde leer vasthouden, van God wel staande gehouden moeten worden tegen deze vloed. Dit gepleister met loze kalk gaat er bij ons ook wel in. Je kunt met die leer wat worden. De lemen wanden die hierin opgericht worden schijnen genoegzaam voor het komende Godsgericht. Die leraars zetten de mens aan het werk voor een denkbeeldige zaligheid. De bloemhoven lijken op de hof van Eden, maar daar hebben we ons uit gezondigd. Het is ook niet het paradijs dat Christus de moordenaar aan het kruis beloofde. Deze man ging met de belofte de hel en dood van zijn Zaligmaker in. Daar wil deze godsdienst van zandgrond niets van weten. Daar doet ze mee af en drijft men de spot. Dat wordt niet nodig geacht. Ze zien de deur wijd openstaan. Kom ga met ons tot Jezus en wandel in Zijn licht, is hun teneur. Nee, wij lezen van onze allergrootste Leraar dat er een strijd is om in te gaan. Hij zegt: klopt en u zal opengedaan worden.

We zien hieruit dat de deur gesloten is. Op slot vanwege onze val in Adam. En wie van Adam niet heeft geleerd, heeft Christus nooit begeerd. Zie toch o, jonge mensen dat de hemel dicht is vanwege onze ongerechtigheid en de hel open vanwege onze zonden. Daar krijgen we weet van door de overtuigingen van Gods Geest. God doet recht aan de zaak. Hij laat de zonden niet ongestraft. Er wordt genoegdoening geëist. Onze vaderen leren deze weg. Denk maar aan de Heidelberger Catechismus. Waaruit kennen wij onze ellende anders dan uit de wet Gods? Als we onze ellende niet voor de verlossing leren kennen, zullen we deze in de hel te wachten hebben. 0, als je aan die kwakzalverij van die nieuwe leer denkt, dan zou je uitje vel springen. Zoveel mensen zijn hier al mee bedrogen, terwijl er zoveel overtuigende bewijzen uit de Heilige Schrift en het leven der heiligen zijn.

Die leer is goed voor het vrome godsdienstige vlees van een Arminiaan. Geen wonder dat onze Dordtse vaderen zo fel geageerd hebben tegen dit grote kwaad. Het mes van Gods recht snijdt scherp en zál er die gehele verdorven pit uithalen, zal de gelovige gezond en geheel genezen zijn. Ontdekking, ontgronding en afsnijding is de toeleidende weg om tot de genade en de kennis van onze Heere Jezus Christus te komen. Door het geloof in Zijn Naam zal de zondaar leven en in Zijn bloed zal hij gereinigd zijn van al zijn zonden. Wel te verstaan die zonden, die van God en Zijn heilige Wet, de spiegel van Zijn volmaaktheid ontdekt, bekend en beweend zijn. Dit gaat door een levend Godsgemis heen. Paulus spreekt van een droefheid naar God, die een onberouwlijke bekering werkt tot de zaligheid. Luister naar Gods Woord jonge mensen en niet naar je eigen hart, wantje komt er bedrogen mee uit. Hoor niet naar die jongerenbeweging, want het gaat er net langs heen. En die van elders inklimt is een dief en een moordenaar. We hebben het allemaal wel gezien. Allemaal mensen met een' aangepraat geloof en ingebeelde bekering. En? Er blijft niets van over.
Toch is het effect geweldig. Tafels vol avondmaalgangers met gewaand gelovige mensen. Je weetje geen raad met deze schijnvertoning. Was dit soort opwekking uit God, men zou daar wijd en zijd respect voor hebben, maar ze is nog duisterder dan de duisternis zelf. Wel wil ik nog zeggen dat als God één mens bekeerd, zij er niets mee op hebben. Openlijk komen ze er voor uit dat zij aan dit och en ach van die ellendigen zielen, zoals ze zich gelijk de psalmdichters kenmerken, een vreselijk hekel hebben. Maar al Gods volk zal er verblijd mee zijn. En denk erom dat heel de omgeving het weten zal als God een mens de ziel redt.

Nog even wil ik kwijt, dat we niet moeten denken dat een mens in die toeleidende weg trapsgewijze tot de genade komt. Welnee, met die zondaar gaat het niet op de hemel maar op de hel aan. En hij weet ook niet van te voren dat achter het verlies de winst en achter de dood het leven ligt. God werkt op het recht, Zijn eer en het wonder aan. En als onze zaligheid in God geen wonder werd, is het nog nooit uit God geweest. Dit wordt achteraf pas verstaan.

Jongerenavonden en hun leer (4d)

Jonge mensen, we willen nu deze artikelenreeks over de jongerenavonden van de SRA niet zo lang meer voortzetten. Er dringen zich andere vragen op die ik ook moet beantwoorden als God mij het leven geeft. Het was een verdrietige zaak dit werk te doen. Ik had liever een positief geluid laten horen. Maar dit surrogaat en bedrog in leer en leven van die beweging noodzaakt ons in alle getrouwheid te waarschuwen. Anderzijds staan we open voor kritiek. We behoeven ons niet te verontschuldigen noch te rechtvaardigen. De geschiedenis leert ons het menselijk feilen. Laten we de lessen die daarin liggen ter harte nemen. Die jongeren bepalen hun standpunten uit de boeken en de geschriften die ze van de Puriteinen lezen. En dat is per definitie niet altijd onwaar. Ook wij zijn vatbaar voor omzwerven. Op een nuttige wijze hebben de godzaligen elkaar onderling beproefd op de bevindingen des harten. Daar kwamen ze elkaar ook wel eens hard in tegen. Zo gingen mannen als Thomas Sheppard (1605-1649) en Thomas Hooker (1586-1647) volgens John Cotton en Giles Firmin te ver in hun spreken over het voorbereidende werk des Geestes. Thomas Hooker, die via Nederland uitweek naar Amerika, was de schoonvader, leermeester en boezemvriend van Sheppard, die zelf in 1635 van Engeland vertrok. Zij stelden bijvoorbeeld dat tot de rechte zelfverloochening vereist werd, dat men er vergenoegd mee moest zijn verloren te gaan. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar een wettiging van het voorbereidend werk zag Cotton als een gevaarlijke tendens in de richting van de voorwaardelijke genade. Nu, daar hebben deze jongeren de mond vol van. Maar we moeten er wel aan denken dat deze godzalige mensen wisten waar ze het over hadden. En daarbij komt de vraag of deze beschuldigingen terecht zijn.
In dit verband doet men er goed aan om de opmerking van Increase Mather ter harte te nemen. Hij zegt, dat er aan deze beide schrijvers met deze bewering ongelooflijk tekort wordt gedaan. Thomas Goodwin vermeldt wanneer hij Hooker, die al uit Engeland vertrokken was, verdedigt dat een onbevoegde hand, zonder Hookers toestemming, zijn preken onzuiver weergaf. Dat was toen dus ook al het geval. De mens durft wat aan als het in zijn stiaatje past. Ook Sheppard schrijft aan Firmin (27-12-1647) dat zoiets dergelijks met het boek "de ware bekering" gebeurd is. Daarom laken wij ook de eenzijdige citaten waarmee deze jongerenbeweging onze vaderen onrecht aandoen. Het feit zelf kunnen we ernstig nemen. Men beweert dat het door deze wettische inzichten kwam, dat het vele jaren duurde, voordat Thomas Goodwin tot een heldere kennis van het Evangelie kwam. We geloven dat zulke dingen mogelijk zijn. We willen ook niet ontkennen dat zulke dingen in onze kringen niet kunnen voorkomen. Wij allen dragen een dwaalziek hart om, maar dat rechtvaardigt het handelen van deze jongerenbeweging niet. De verblinding en de onwetendheid doet weer de geheel andere kant opslaan. Daarom toonden we al eerder zijdelings de Arminiaanse trekken aan die we in hun lezingen opmerken. Van aanzienlijke theologen werd het Arminiaanisme als een reactie op het wettischisme gezien. Voorts leidde het ook weer tot de op~ komst van een godsdienstige levensbeschouwing, die zich niet aan wetten en wetsbepalingen onderwerpen wilde. Dit noemt men het Antinomianisme, dat opkwam ten tijde van het Brits gemenebest.
Richard Baxter (1615-1691) geboren te Rowton, Shropshire, later predikant te Kidderminster en Londen kwam in zijn poging om de onenige partijen met elkaar te verzoenen weer op een andere weg te dwalen (we hopen dit nog te verduidelijken). Volgens Baxter was het Antinomianisme opgestaan, vanwege de duistere prediking van de genade van het Evangelie en het te veel stilstaan bij tranen en verschrikkingen.
Tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het Antinomianisme werden John Saltmarsh, John Eaton en Tobias Crisp, de schrijver van het omstreden werk "Christ alone exalted" gerekend. Zij ontkenden de wet als regel des levens voor de gelovigen. Tevens legden zij veel nadruk op de persoonlijke verzekering van de zaligheid, die zij rekenden tot het wezen van het geloof (herkennen jullie het?). De beschrijving van het geloof droeg een emotioneel karakter op zodanige wijze, dat bij ben het aannemen van de beloften niet centraal stond (waarover ik in een vraag van een briefzender nog wil schrijven). Overigens waren zij geen propagandisten van een losse en wetteloze levenspraktijk. Met name Tobias Crisp leidde een onberispelijk leven. Niettemin veroordeelden de Godgeleerden van Westminster, met name Sarnuel Rutherford en Samuel Bolton, hun ideeën over de rechtvaardiging van eeuwigheid en hun definitie van de christelijke vrijheid.

Een goede lezer trekt zijn conclusies. In zoverre dat men die lezingen onderzoekt of hoort, probeer het goed te beluisteren. Veel beter is het om er afstand van te nemen want de grondslag van de leer, die op de SRA avonden gebracht wordt, deugt niet. Vergeef mij dat ik nu wat dit onderwijs betreft wat zakelijker schrijf. Daardoor wordt het nu wat moeilijker, maar misschien spoort het jullie aan om de geschriften van onze vaderen en de Puriteinen zelf ook wat te onderzoeken.

Jongerenavonden en hun leer (4e)

Daar we met diverse opvattingen en stromingen binnen de kerken te doen hebben, is het goed dat we deze aan de belijdenis toetsen. Daarom jeugd, behoren we deze onderscheiden geesten te beproeven en te onderkennen of ze uit God zijn. Wat niet uit God is, moeten we weten te verwerpen. Daarom dienen we vast te staan in Gods Woord en ons te richten naar wat onze godvruchtige vaderen op grond hiervan beleden. Hoewel de lezingen van de leraars van de SRA onderling sterk van elkaar verschillen, wijken ze allen qua gehalte af van Gods Woord en het zaligmakend geloof. Daarmede bedoel ik in de eerste plaats dat ze zeer oppervlakkig zijn, gepast voor onze geesteloze tijd. Dit trekt voor een bepaalde tijd onze mensen wel, want de leer van het strenge calvinisme is voor een dode belijder nooit erg geliefd geweest. Gevaarlijker nog is echter het leerverschil. Ik heb zelf wel gehoord, gezien en ervaren hoe men te werk gaat om op het gemoed van mensen in te werken. Iemand die stevig in zijn schoenen staat neemt daar dadelijk afstand van, maar emotionele of psychisch zwakke mensen vallen hiervoor of worden gemakkelijk meegenomen.
Het gevolg hiervan is dat er heel wat schijnbekeringen plaatsvinden. Zolang ze maar in de ban en onder de invloed van zo'n bedervende geest zijn, houdt dit stand, maar daarna is het over en vallen die mensen in een vreselijk gat of zelfs in de wanhoop. Er blijft niets van over, want Gods werk is geen gemoeds- maar een hartewerk. In Staphorst kende ik een ouderling, hij leeft al niet meer, die zei bij het opluisteren van bepaalde leraars: Wat het is weet ik niet, daar ben ik te dom voor (in verschil met een letterwijze) maar dit is het niet. Hier ging het waarschijnlijk nog over een schriftuurlijke prediking, waar hij de bevindelijke doorleving miste. Daarom zijn we er blij mee als we horen dat er heel wat jonge mensen uit onze gezindte zich niet lieten overhalen naar deze avonden te gaan. Ook verblijdt het ons dat er verschillende jonge mensen op teruggekomen zijn, die het nu openlijk kenbaar maken dat dit het ware niet is. We lazen dat in hun brieven en horen dat wanneer ze dit onderling bespreken. Anderen voelen dit ook wel aan maar blijven nog wat zitten, terwijl er ook nog wel zijn die het eens willen onderzoeken.
Helaas zijn er ook velen onder die gewoon een schop geven tegen de oude waarheid, zoals ze die gewoon waren te horen. Nog weer anderen zoeken de sociale contacten en vinden die in een leer waarin je wat meer ruimte krijgt voor je vleselijke gevoelens. We hopen maar dat God door Zijn Geest de ogen van velen opent. Bij een confrontatie met één van die leraars moest ik direct aan de leer van Baxter denken. Vandaar dat ik hier de vorige keer reeds van schreef. Baxters bedoeling om de overheersende geschilpunten (zie het vorige kerkblad) bij te leggen, op voorwaarde echter dat het vrije karakter van de rechtvaardigmaking behouden bleef, maakte hem slachtoffer van een onjuiste denkwijze. Om de wezenlijke opvatting, betreffende de rechtvaardiging door het geloof in overeenstemming te brengen, was hij onbewust overgestapt naar standpunten, die er duidelijk mee in strijd waren. Hij combineerde de soteriologie, (de leer omtrent Christus als Zaligmaker) van de school te Saumur met de gedachtegang van Hugo de Groot. Hij noemde zijn ontwerp de 'political methode'. Dat wil zeggen de mensheid werd ontslagen, door het lijden en sterven van Christus als universele verzoening, van de vloek van het werkverbond. In plaats van met de wet van het werkverbond, die volmaakte gehoorzaamheid eist, komt God niet lichtere voorwaarden. Deze voorwaarden zijn condities van de wet van genade (Law of grace), die geloof en Evangelische gehoorzaamheid vereisen. Binnen het raam van genade wordt verantwoordelijkheid geëist. De vraag luidt, wat doet men met de hem aangeboden genade; afwijzen of aannemen. Nu dat is koren op de molen van hen die van de geestelijke doodstaat niet weten. Door hen die de leer van vrije genade omver willen werpen, wordt hier een ruime voedingsbodem gegeven.

De leraars van de SRA pakken dit, zoals al velen voor hen gedaan hebben, met beide handen aan. Ze zullen afrekenen met die strenge orthodoxe leer, niet beseffende waarschijnlijk welk groot kwaad ze aanrichten op het kerkelijke erf. Ze hebben een ijver voor God, maar niet met verstand. Eens zullen ze rekenschap moeten afleggen voor het bedriegen van zielen voor de eeuwigheid. De wereld doet zo'n groot kwaad niet dan dat hier onder de mom van de waarheid gebeurd. Zij doen er goed aan van deze heilloze weg weder te keren.

Krimpen a/d IJssel

ds. A. Kort

Bron: Kerkblad Oud. Ger. Gem. - Ds. A. Kort

Activiteitenkalender

Webshop

De man die God geloofde
Het geheim van de Titus-2 vrouw
Pijlen in de koker
4 DVD's Toerusting voor getrouwd en ongetrouwd

Nieuws

Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.