SRA wil oproepen tot bezinning

SRA wil oproepen tot bezinning

Verslag van het SRA bestuur bij de opening van het nieuwe seizoen 2004-2005

Lieve vrienden, beste bezoekers,

In september vorig jaar stonden wij bij ons verslag onder meer stil bij de kritiek die van verschillende kanten op onze stichting werd geuit. Wij hebben toen beklemtoond dat wij steeds bereid zijn om door middel van gesprekken op deze kritiek te willen ingaan, waarop jammer genoeg niet werd gereageerd. Sindsdien is in de kerkelijke pers geen directe kritiek meer gegeven op onze activiteiten. Wij willen opnieuw benadrukken dat wij ons van harte verbonden weten met de gereformeerde gezindte en bewogen zijn met de grote geestelijke nood, de vele onbekeerde zielen, die ook in onze gezindte gevonden wordt.

Het is de verdeeldheid in de gereformeerde gezindte die ons bedroeft. Deze maakt ons ongeloofwaardig naar de buitenwereld en, niet te vergeten, ook naar onze jeugd!
In Mattheüs 12:25 staat dat “een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, niet zal bestaan”. De verdeeldheid is door de ontwikkelingen rondom de PKN nog groter geworden! Opvallend hierbij is de ‘geest van veroordeling’ (Matth. 7:1-2) die zich soms in gesplitste gemeenten aftekent. Vooral jongeren zijn teleurgesteld in de wijze waarop ouderen hun positie in deze kerkelijke verwarring rechtvaardigen. Het blijkt voor hen steeds moeilijker om hun plaats binnen de kerkelijke doolhof te identificeren. De zuigkracht van de wereld is te groot en de weerbaarheid vanuit christelijke kring gering. We trekken ons terug in een verdeeld isolement, maar zijn daarbij een opengebroken stad zonder muur geworden. Wij vragen ons in dit verband af of wij wel terdege beseffen hoe groot de geestelijke nood is, die binnen de reformatorische gezindte gevonden wordt.

Hebben wij elkáár niet des te harder nodig in deze wegzinkende wereld? Is wat Christus ons in Mattheüs 24:12 meegeeft niet waard om over na te denken waar we mee bezig zijn: ‘En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden’? Wij hopen van harte dat de geest van veroordeling zal wijken en plaats zal maken voor verootmoediging en verbrokenheid, vanwege de ‘breuk van Sion.’

De tekenen van onze tijd zijn tekenen van de eindtijd, maar ook tekenen van de komst van het rijk van Christus en van de komende bekering van het Joodse volk. Steeds worden we geschokt door rampen en terroristisch geweld. Zo lazen we de laatste dagen over het vreselijke drama in Rusland en over de cycloon in Florida, de ergste van alle tijden! Of zien we de tekenen van de eindtijd niet?
Zijn wij bereid om God te ontmoeten? Verlangen we vurig naar Zijn komst? Laten we dan des te meer bidden om de bekering van de Joden! Laten we smeken om de vervulling van de belofte dat ‘de aarde vol zijn zal van de kennis des Heeren, gelijk wateren de bodem der zee bedekken’.

In dit verband houdt ons als stichting de vraag bezig of wij wel naar een geestelijk réveil, een herleving verlangen en hierom bidden? Of laten we alles maar over ons heenkomen, zoals het gaat? Dit is de laodicese lauwheid in optima forma! Gaat het alleen om het vasthouden van onze eigen kerkelijke identiteit, van heilige huisjes en starre dogma’s? Van het profileren van eigen accenten vanuit de confessie? Of vanuit de eigen traditie? Is er wel enig besef dat zovelen onder ons wel godsdienstig zijn, maar in belijdenis en wandel geen oprechte Godsvreze vertonen? Is er wel een besef dat de wereld en de machten van de duisternis zich steeds driester onder ons manifesteren?

We willen enkele ernstige zaken aanstippen. Hoe hebben afgelopen jaar publicaties over jongeren en hun gebruik van de media velen binnen de reformatorische gezindte geschokt! Dit is des te merkwaardiger, omdat het proces van vervreemding van God en godsdienst, waartoe de media een belangrijke steen bijdragen, al jaren aan de gang is! Binnen het reformatorisch onderwijs is het al lang bekend hoe dat velen van de jongeren tegen het gebruik van de media en de daardoor gepropageerde wereldse moraal aankijken.

Veel ouders schijnen echter niet te weten hoe dat hun kinderen omgaan met muziek en seksualiteit en welke misvormen door hen worden gedoogd. Des te triester is het dat het zichtbare schokeffect slechts heeft geresulteerd in het instellen van een platform! In de huidige discussie wordt zelfs gesproken over een ‘begeleide confrontatie’. We moeten jongeren confronteren met de verleidingen van de wereld! En dat terwijl de Bijbel zegt: Wees onnozel in het kwade! Noties van de noodzaak van bekering en kennis van Christus worden bij deze discussie kennelijk niet primair geacht. Nog meer dan voorheen proberen we ons te verschuilen achter allerlei uiterlijkheden. Omdat de toestand steeds hopelozer wordt, gaan we zelf proberen het zinkende schip te redden door allerhande noodgrepen. Gelukkig zijn er onder ons die
zich bewust zijn dat een duidelijk appèl op het hart, vanuit een welmenende aanbieding van een gekruiste Zaligmaker en door de werking van Gods Geest, het enige effectieve middel is om de grote nood onder ons te keren.

Staande in deze boze wereld, past ons geen halfslachtige houding. De Heere vraagt naar waarheid in het binnenste. Hij is niet tevreden met een belijdenis der lippen, ook niet als we belijdenis te doen van de leer van de kerk en niet meer! Op deze wijze proberen we jongeren buiten Christus weerbaar te maken met wat uiterlijke godsdienst. Wetten en regels moeten ons bolwerk in stand houden!
Het zal echter blijken een geraamte zonder hart te zijn, dat een gewillige prooi is voor de machten van de duisternis. De vraag: Wat dunkt u van de Christus? blijkt vaak niet de eerste klemmende vraag te zijn. Hierbij komt, dat ouders vaak ook niet verder komen dan een sleurgodsdienst, waarvan geen reuk of smaak uitgaat. Geen wonder dat onze jeugd, bij gebrek aan een leven met de Heere in de huisgezinnen, op een andere wijze de leegheid van hun hart zoekt te compenseren. En de media vormen een effectief middel in de hand van de boze om jonge zielen naar het verderf te voeren!

Zoals we reeds opmerkten is er slechts één effectief geneesmiddel in de noodsituatie waarin wij verkeren. Dat is het evangelie van Jezus Christus, waarvan de apostel Paulus getuigt: ‘Ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft…’ (Rom. 1:16). De vraag doet zich voor of deze bijbelse boodschap onder ons op bijbels, reformatorische wijze verkondigd wordt. Of is er sprake van een verduistering hiervan door allerlei voorwaarden vooraf te stellen? Wordt het kruis van Christus niet omheind door allerlei wettische geschiktheden, waaraan we eerst moeten voldoen? Zijn de beloften van het evangelie niet onvoorwaardelijk? Gelden zij niet voor alle zondaren, zelfs voor de slechtste en de meest verharde? Ja toch! Moeten zij op deze wijze niet verkondigd worden met bevel van bekering en van geloof? Zegt Ralph Erskine, de bekende Schotse predikant uit de achttiende eeuw, niet: ‘En zo stelt God ons Zijn brief (= de Bijbel) voor; vol met heerlijke en gepaste beloften. Wie wil nu komen en zijn naam daarin optekenen? De beloften vliegen, als het ware, rondom uw hoofd en oren heen. Vliegen er nu ook geen in uw hart? Hebt u dan geen gebruik gemaakt van enige beloften?’ Gelukkig zijn er nog kansels waar dit geluid nog wordt gehoord!

Gaat het dan alleen maar om het evangelie, zonder de zonde van het hart bloot te leggen? We zijn ons bewust dat het “gearriveerde christendom”, dat niet van schuld en ontdekking wil weten, ook velen verslaat! Het mes van ontdekking van zonden blijft evenzeer nodig! Zegt de Spreukendichter niet: ‘De bestraffingen der tucht zijn de weg des levens’ (Spr. 6:23). Het gaat zowel om een scherpe wetsprediking als om een rijke evangelie-nodiging. De diagnose is net zo nodig als de genezing van de kwaal! Wie zal dat durven ontkennen?! We moeten echter wel oppassen voor de eenzijdigheid om de wet van het evangelie los te maken. ‘Door de wet is de kennis der zonde’, dat blijft gelden, zowel voor gelovigen als voor ongelovigen. Maar de wet kan ons niet bevrijden van onze zonden; dit kan alleen als we door het geloof in het evangelie op Christus leren zien.
De boodschap van het heil is niet anders dan een confrontatie van de verloren mens met de vloek van de wet en met de zegen van het evangelie van Gods genade. Dit kan echter nooit zonder de prediking van het kruis van Golgotha, waar wij door het geloof de vloek van onze zonde ontdekken en de gewilligheid van de stervende Zaligmaker mogen omhelzen.

Wet en evangelie hebben echter geen kracht in zich, zonder de werking van Gods Geest. Dit willen wij van harte onderschrijven en onderstrepen. Maar de Geest paart zich wel aan de prediking van het geloof (zie Rom. 10). Zowel de heils- als de kerkgeschiedenis laten zien hoe dat de Geest de krachtige appellerende en aanbiedende prediking van de apostelen, van de reformatoren en van de opwekkingspredikers overvloedig heeft willen zegenen. Hoe hebben mannen als Edwards, Wesley en Whitefield niet met Goddelijke kracht het evangelie verkondigd, zonder omhalen en restricties; en hoeveel duizenden zielen werden daardoor niet aangeraakt?

Dit brengt ons op het punt van de noodzaak van opwekking. Weinig geluiden worden gehoord om dit te onderstrepen. We zijn bezig met de PKN, met de Herstelde Hervormde kerk, we zijn bezig met leerverschillen en analyse van ethische normen en waarden; maar waar blijft het krachtige gebed om een herleving? Waar is de bewogenheid met de vele onbekeerde zielen in en buiten de kerken? Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de opwekking in Wales begon, weldra gevolgd door vele van dergelijke bewegingen in andere landen, zoals in Korea en China. Het waren opwekkingen die binnen de grenzen van bestaande kerken ontstonden. Hoe bewogen was een lekenprediker als Evan Roberts, toen hij met de Heere worstelde om de duizenden zielen in Wales! Hoe werkte de Heere daar onder jong en oud. Hoe veranderden kolenmijnen met vloekende mijnwerkers, in gebedszalen, waar ’s ochtends, vóórdat het werk begon, de liederen Sions weergalmden en vurige gebeden tot God werden opgezonden!

Die kracht van Gods Geest hebben wij nodig! Geen nieuwe godsdienst, maar de boodschap van het eenvoudige, aloude evangelie van het kruis, zonder franje en beperkingen. We vinden het teleurstellend dat de boodschap van opwekking onder ons zo weinig aansluiting vindt. Wij behoren toch voortdurend hierom te smeken en elkaar oproepen om ons voor God te verootmoedigen. Eigenlijk is dit reeds het begin van een herlezing, als we mogen belijden en beleven: ‘Wij hebben gezondigd; wij zijn van God afgeweken; wij hebben Zijn wet en Zijn evangelie niet geacht! Is het gezamenlijk belijden van onze gezamenlijke schuld en het gezamenlijk bidden om een réveil, niet de weg om tot een herleving te komen?

Wat is ons verlangen in deze situatie van lauwheid en doodsheid? Wij pretenderen niet over de kracht van de Geest te kunnen beschikken. Maar wel beseffen we dat preken die niet praktisch en eigentijds zijn, over de hoofden van de jongeren heengaan. En waar is de liefde en warmte binnen de gemeenten om jongeren met hun geestelijke vragen op te vangen? We ontmoeten zoveel jongeren, die zich eenzaam en alleen voelen!

Ook op onze jongerenavonden hebben wij de Heilige Geest nodig. Hoe schuldig staan wij allen aan de geestelijke nood! Hoe werelds kunnen velen niet bezig zijn. Hoe nodig is het om elkaar op te scherpen, te corrigeren en te wijzen op de noodzaak van gebed van vervulling met de Heilige Geest. We weten dat er onder ons zijn die zuchten onder de last van de nood en dagelijks smeken om een herleving in onze gemeenten. Het is onze begeerte dat wij allen leren bidden en smeken om de doorwerking van Gods Geest, ook hier in de Alblasserwaard.

Het stemt ons tot blijdschap om zovelen, ook op onze jongerenavonden en bijbelstudiedagen, te ontmoeten die met dezelfde nood bezig zijn. Ouderen en jongeren komen dan met elkaar in gesprek en mogen zielsworstelingen delen en bespreken. Er wordt naar elkaar geluisterd. En dan blijkt steeds meer hoe groot de nood is! Met verwondering mogen we dan zien dat alle kerkverbanden vertegenwoordigd zijn, en dat op zulke dagen kerkmuren helemaal wegvallen. De stuurgroep van onze stichting krijgt steeds meer e-mails en telefoontjes van jongeren die over hun geestelijke nood willen spreken. Zij vragen om nazorg. Soms worden zij door eigen ambtsdragers met een kluitje in het riet gestuurd, met het goedkope advies: ‘Vraag er maar veel om’. Wat ontbreekt dikwijls het ‘heen wijzen naar Christus, de grote Medicijnmeester’. Het is verheugend te horen wanneer deze jongeren door de werking van Gods Geest mogen zien hoe groot de gewilligheid en liefde van Christus is om hen te redden van het verderf!


Tijdens gesprekken komt ook naar voren dat de problemen op seksueel gebied zeer groot zijn. Jongeren die hiermee worstelen in hun verkeringstijd; jongeren die te strijden hebben met hun geaardheid of met zelfbevrediging. Wat heeft de wereld met haar media niet een enorme invloed op ons! Hoe verseksualiseerd is de maatschappij geworden? Daarbij is de psychische nood vooral onder jongeren groot. Steeds meer worden we geconfronteerd met depressiviteit en zelfmoordneigingen. Het is de vraag of in de reformatorische hulpverlening genoeg aandacht wordt geschonken aan de bevrijdende kracht van het evangelie. We vrezen dat dit ontbreekt!

Wij pleiten er niet voor om psyche en geestelijke nood met elkaar te vermengen, maar we zijn er wel van overtuigd dat alleen het evangelie, de blijde boodschap, bevrijding schenkt van geestelijke banden. Dit wil niet zeggen dat professionele psychiatrische hulp dan overbodig wordt, maar dan pas kan er sprake zijn van een gezonde synergie. Ligt op de bodem van alle nood niet de ontzettende zondesmart?

De SRA is zich de laatste tijd nog meer bewust geworden dat evangelisatie, ook onder kerkelijke jongeren, in een grote behoefte voorziet. Onze stichting heeft een werkgroep ingesteld om zich expliciet daarmee bezig te houden. Bezoeken aan zogenaamde ‘refo-cafés’, dorpen als Staphorst en obscure drankgelegenheden in de Alblasserwaard en op de Veluwe hebben ons ervan overtuigd dat hulp dringend nodig is. Excessen die wij daar aantroffen, hebben ons diep onthutst. Hoe machtig is de satan om zielen naar het verderf te slepen! Binnen het bestuur van de stichting is gesproken over de aanstelling van een jeugdevangelist die zich voor het werk onder kerkelijke en ook onkerkelijke jongeren kan vrijmaken. Dit vraagt ook om investering in financiële middelen, waarvoor wij een beroep willen doen op onze achterban. Wanneer deze plannen vastere vorm hebben aangenomen, zullen wij hierover mededelingen doen. Als we dit werk onder biddend en vertrouwend opzien tot de Heere mogen doen, zal Hij Zelf de weg verder banen!

We hebben een krachtige tegenstroom in ons vaderland nodig. Een tegenstroom, die niet geestelijk lauw wil zijn. Jongeren en ouderen die niet alleen staan voor een ruim evangelie, maar ook voor een nauwe, godzalige levenswandel. Hierbij is geen plaats voor een halfslachtig, zondig leven onder het kleed van uiterlijke vroomheid en godsdienstigheid. De Heere vraagt niet alleen ons hart, maar ons gehele leven aan Hem toe te wijden. Hij vraagt een totale overgave op alle terreinen van ons leven. Hij vraagt om getuigen van Hem te zijn ‘te midden van een krom en verdraaid geslacht.’ Hij wijst Zijn kinderen op het heerlijke voorrecht dat zij ‘het licht der wereld zijn’, en Hij roept hen daarom op ‘om te wandelen als kinderen van het licht.’

Ook willen we nog vermelden dat onze Stichting temidden van alle scheuring en verwarring geen voorkeur heeft voor bepaalde kerkverbanden. Wij blijven, zoals we begonnen zijn, predikanten en sprekers uitnodigen, die van harte staan achter het welmenend aanbod der genade. Ook het afgelopen jaar zijn opnieuw verscheidene predikanten benaderd o.a. uit de Gereformeerde Gemeenten. Zij gaven aan het werk van de Stichting SRA een warm hart toe te dragen en ervoor te bidden. Ze zouden graag willen spreken, maar doen dat liever niet vanwege de spanningen die dat intern zouden kunnen opleveren.

Inmiddels mogen wij onze activiteiten verder uit breiden. Er blijkt vooral veel belangstelling te zijn naar goede lectuur. De in druk of digitaal uitgegeven lezingen van de jongerenavonden en conferenties voorzien nog steeds in een grote behoefte. Sprekers uit verschillende kerkverbanden zijn steeds bereid om actuele thema’s over geloofsbeleving e.d. voor ons te behandelen. We mogen horen dat de Heere de avonden en de publicaties bijzonder wil zegenen. Dit is voor ons een grote aansporing om in afhankelijkheid van de Heere God met ons werk verder te gaan. De komende tijd willen we nog meer aandacht geven aan nazorg en verdieping van het geloofsleven. De laatste bijbelstudiedagen die wij in deze regio hebben gehouden, stonden reeds in het teken van de geestelijke strijd en de noodzaak van het aandoen van geestelijke wapenrusting (Ef. 6).

We vragen in het bijzonder jullie en uw gebed voor ons werk. Moge de Heere Zich over ons ontfermen en ons een opwekking schenken. Dat velen mogen worden gevangen in het net van het evangelie van de Zoon van God. We hebben een rijke belofte: ‘Doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben, zullen leven’ (Joh. 5:25).

Bron: SRA Jaarverslag 2004

Activiteitenkalender

Webshop

De werker in Gods wijngaard
Leven in het licht van de eeuwigheid
Basislessen Geestelijke Groei
4 DVD's Toerusting voor getrouwd en ongetrouwd

Nieuws

Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.