SRA wil geen polemiek tegen prediking

HARDINXVELD-GIESSENDAM - Het is niet de taak van de Stichting Reformatorisch Appèl (SRA) om stelling te nemen tegen de prediking, zei Arjan Baan, voorzitter van de SRA, woensdagavond in Hardinxveld-Giessendam bij de opening van het nieuwe seizoen. „We willen blijven staan in het midden van de gevestigde kerken, mét alle schakeringen. We willen geen polemiek, maar wensen niets anders te weten dan Jezus Christus en Die gekruist.” Baan ging in op de kritiek die geleverd is op de jongerenavonden, met name in De Saambinder (kerkblad van de Gereformeerde Gemeenten) en het Kerkblad (orgaan van de Oud Gereformeerde Gemeenten). „Tot nu toe hebben we niet uitgebreid gereageerd op deze artikelen. Wel heeft het bestuur aan beide redacties per brief aangegeven tot gesprek bereid te zijn, maar helaas werd hierop niet positief ingegaan. De Saambinder heeft geen reactie gegeven en het Kerkblad van de Oud Gereformeerde Gemeenten schreef geen behoefte te hebben om op dit verzoek in te gaan.” Het bestuur betreurt dit. „Wij zijn van harte bereid tot een persoonlijk gesprek. We willen naar elkaar luisteren en samen zorgen delen. De Bijbel vertelt ons dat, als we enige zaak van verschil hebben, we met elkaar daarover in gesprek moeten treden. Al is het maar om in gesprek te blijven en het juiste, bijbelse evenwicht te bewaren. We hebben ons daarom afgevraagd of wij dit voor kennisgeving moeten aannemen. Temeer daar van verschillende kanten op felle of minder felle manier is doorgegaan met kritiek. Kritiek met name op lezingen van predikanten die binnen gevestigde kerken een gerenommeerde plaats innemen.” Wat is het eigene van de SRA-jongerenavonden? „Het zijn vooral de scherpe accenten van zonde en genade, van Wet en Evangelie die het aambeeld vormen waarop wordt geslagen. Het is de onvoorwaardelijke boodschap van Gods vergevende liefde aan zondaren, die worden opgeroepen om zonder uitstel tot Christus te komen. Het is de boodschap die antwoord geeft op geestelijke vragen en zielsworstelingen die onder vele jongeren leven. Zonder te willen veroordelen, menen wij dat in onze tijd helaas aan deze boodschap wordt tekortgedaan.” Baan stelde verder dat de boeken van prof. J. Blaauwendraad en ds. C. Harinck duidelijk aangeven „dat in de loop van de jaren de bakens van Wet en Evangelie zijn verzet. Binnen de gereformeerde gezindte komt een type prediking voor die de weg tot de Heere Jezus Christus omheint met allerlei voorwaarden die van de zondaar enige geschiktheden of gestalten vereisen. Dit type prediking is vaak voorspelbaar en besteedt uitvoerig aandacht aan de systematische bekeringsweg, die echter niet gevoed wordt door het Woord van God.” Baan waarschuwde voor polemiek „die eerder afleidt van het kruis en doet verzanden in eindeloze discussies die hete hoofden en koude harten tot gevolg hebben.” Dit kan volgens hem ook het gevaar zijn van het recente boek van ds. H. J. Hegger, ”Vader ik klaag u aan”, waarin wordt gereageerd op de kritiek op de jongerenavonden. „In de wandelgangen schijnt te worden verondersteld dat de SRA de initiator van deze publicatie is. We willen benadrukken dat dat niet zo is. Wel staan we grotendeels achter de inhoud van het boek, hoewel we een en ander wat anders zouden formuleren.” Ds. B. Elshout, predikant van de Heritage Netherlands Reformed Congregations (HNRC) in Jordan (Canada), sprak over ”Wil God ook mijn zonden vergeven?” Hij benadrukte dat God een gaarne vergevend God is. „Veel mensen hebben een verkeerd godsbeeld. Dat komt van de satan vandaan, die maar één wens heeft, namelijk dat de zondaar bij Christus wegblijft. God is echter meer gewillig om te vergeven dan wij zijn om ons te bekeren. De mens heeft van nature geen last van de zonde zolang de Heilige Geest hem er niet van overtuigt. De Geest wil de zondaar tot Christus brengen. Hoe sneller hij komt, hoe liever. Het is door onze dwaasheid en onkunde dat de Geest zoveel werk heeft voordat de zondaar eindelijk afziet van zichzelf.” De puritein Thomas Watson noemde de vergevensgezindheid van God Zijn lievelingseigenschap. Daarbij blijft het niet onduidelijk dat de zonden ook werkelijk vergeven zijn. „God wil niet dat de mens in duisternis blijft leven en dat het bewustzijn van de vergeving der zonden slechts voor enkelen weggelegd zou zijn. Niets is minder waar dan dat. Comrie zegt: De eerste keer dat een zondaar het geloof in Jezus oefent, is hij voor eeuwig gerechtvaardigd, al mist hij voor het bewustzijn nog de zekerheid. Het is als met een kind dat in de box probeert te staan en zichzelf aan de spijlen vastklampt en valt. Zo klampt een zondaar die de toevlucht neemt tot Christus zich vast aan de belofte, zo wordt het geloof steeds sterker.” Ds. Elshout tekende de zondaarsliefde van Christus onder meer vanuit de gelijkenis van de verloren zoon. „Hier tekent Christus het hart van Zijn Vader. Hij kende dat van binnenuit, want het was Zijn eeuwige woonplaats. Nu door Zijn dood aan het kruis het voorhangsel gescheurd is, zien we God in Zijn Vaderhart. De duivel is steeds bezig om het voorhangsel netjes dicht te naaien. Aan het zonder onderscheid roepen van de zondaar tot Christus is tot op de dag van vandaag de evangelieprediking te toetsen. God geeft wat Hij eist van de zondaar.”

Bron: Reformatorisch Dagblad

Webshop

Samen bidden
Het verhaal van Gladys Aylward
De volheid van de Geest
Het verhaal van Richard Wurmbrand

Nieuws

Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.