De biblebelt als springplank

Drie jaar geleden verlieten ze de biblebelt, om zich als ‘tentenmakers’ te vestigen in Bunde, Zuid-Limburg. Een gebied waar het geloof in God meer en meer buiten beeld raakt. Volgens Peter en Gerdine Baan ligt hier een opdracht voor veel christenen uit de biblebelt. “Waarom zou iemand het Evangelie twee keer horen, als er mensen zijn die het nog nooit hebben gehoord?”
Wie het glooiende landschap van de provincie Limburg binnenrijdt, waant zich al een beetje in het buitenland. Al heeft de ruim opgezette wijk waar Peter en Gerdine met hun twee kinderen – de derde is op komst – wonen, juist weer wat weg van een doorsnee nieuwbouwwijk in hun geboortedorp Sliedrecht. ‘Hoe komen jullie in Godsnaam in Bunde terecht?’ vragen mensen hun wel eens. “Nou,” zegt Peter lachend, “dan hebben we meteen wat te vertellen, want we zijn hier inderdaad in Gods Naam!”

Klimaatverschillen
Peter (31) en Gerdine (30) ontmoetten elkaar tijdens een evangelisatiekamp in Bunde, waar de liefde voor elkaar én voor het zendingswerk ontstond. Naarmate hun persoonlijke relatie met God zich verdiepte, groeide het verlangen om ‘iets’ in de zending te gaan doen. Peter: “We kunnen wel roepen dat Nederland een zendingsland is, maar waarom zou God ons daar niet voor kunnen inschakelen? Hij liet ons zien dat wij zélf die arbeiders moesten worden om wie we baden.”
Geen van beiden heeft een opleiding gedaan voor evangelist of gemeentewerker, maar, zegt Peter: “Het mooie is dat dit ook niet hoeft. God gebruikt de eenvoudige christen, die bereid is de handen uit de mouwen te steken en zich dienstbaar op te stellen. Bovendien heb je bij zending in eigen land niet te maken met een taalbarrière, of grote cultuur- of klimaatverschillen. Het is dus heel makkelijk te realiseren.”

Mijnen
De cultuurverschillen díe er zijn, maken het er voor Peter en Gerdine soms niet makkelijker op om contact te leggen met de Limburgers. “Ze horen meteen aan je spraak dat je hier niet vandaan komt, dus je blijft een Hollander,” vertelt Peter. “Maar ik merk niet dat ze me daarom niet moeten.”
Gerdine: “Ik heb hier een tijdje in de thuiszorg gewerkt, en merkte wel dat sommigen sceptisch waren. Je bent een Hollander, niet rooms, dus hoor je bij een sekte. Want met het protestantisme zijn de mensen hier totaal niet bekend. De EO kennen ze, veel mensen kijken naar Nederland Zingt, maar verder weten ze niets. En als je dan ook nog in een gebouwtje zit in plaats van in een mooie kerk, vinden ze het helemaal vreemd.”
“Toch,” haakt Peter aan, “als je jezelf blijft, gaan ze je op den duur wel accepteren. Er wordt wel eens gezegd dat vroeger de Limburgers in de mijnen ónder de grond werkten, en de Hollanders bóven de grond. Dat gevoel zit er nog steeds een beetje. Daarom moet je uitkijken dat je niet als Hollander de leiding gaat nemen en de Limburgers vergeet. In de gemeente (zie kader, red.) is dat ook heel belangrijk; ze moeten echt proeven dat je komt uit bewogenheid, en niet om hen te vertellen hoe het moet.”

Kroketten
Peter en Gerdine kiezen er bewust voor zich niet te laten sponsoren door een thuisgemeente. Net als de apostel Paulus voorzien zij als ‘tentenmaker’ in hun eigen onderhoud. Peter: “We wilden geen achterban belasten met sponsorgelden, omdat er al zoveel stichtingen en achterbanbrieven zijn die om geld vragen. Ik voel bovendien heel sterk de verantwoordelijkheid voor mijn eigen gezin, en weet uit ervaringen van anderen dat het heel pittig is om rond te komen van sponsorgeld.”
Een andere belangrijke reden om zelf brood op de plank te brengen, is om beter te kunnen integreren in de Limburgse samenleving en het vertrouwen van de bevolking te krijgen. Zo ging Peter, die in Sliedrecht nog voor de klas stond, in Maastricht kroketten inpakken bij de Morafabriek. “Later hoorde ik van mensen dat ze dat onvoorstelbaar vonden, en ook in de kerkelijke gemeente heeft het veel goed gedaan.”
Inmiddels is Peter in september begonnen op een christelijke basisschool in Brunssum, twintig kilometer verderop, waar ook hun kinderen naartoe gaan. “Ik heb het als roeping gezien om deze christelijke school te steunen, en te helpen haar identiteit vast te houden.”

Rommelmarkten
Door zijn fulltime baan heeft Peter overdag weinig tijd voor evangelisatie. Maar omdat hun sociale leven er totaal anders uitziet dan in Sliedrecht – door de grote afstand gaan ze simpelweg veel minder op verjaardagsvisite, en kerkelijke activiteiten zijn er in Limburg ook maar weinig – is Peter nagenoeg alle avonden en weekenden vrij. Op die momenten is hij te vinden op rommel- en jaarmarkten, legt bezoeken af, geeft een cursus over het christelijk geloof, of heeft via Hyves en twitter contact met niet-gelovigen. “We zetten advertenties in kranten voor gratis bijbels, dus zo kom ik op weer een andere manier in gesprek. Het is mijn dagelijks gebed om in contact te komen met mensen die God nog niet kennen.”

Geen benul
“Toch vind ik het wel moeilijk om aanknopingspunten te vinden,” geeft Gerdine eerlijk toe. “Daarin zijn wij niet beter dan anderen. Ook ik vind soms dat ik met mensen meer over mijn geloof moet praten. God is in dit gebied echt uit beeld. Vooral de jongere generatie heeft totaal geen benul van het geloof in Jezus Christus. Ik help mee met de kinderbijbelclub en kom daar kinderen tegen die nog nooit iemand hebben zien bidden!”
Peter herkent dat schuldgevoel. “Ik heb een tijd in een kramp geleefd, omdat ik dacht dat ik het toch wel elke dag met mensen over het geloof moest hebben. Nu is dat minder. Ik ben van harte bereid om alles te vertellen over God, maar je moet wel iemand ontmoeten die min of meer geïnteresseerd is en voorbereid door God. En ja, soms zijn er dagen dat je niemand spreekt en zou je zo graag méér willen. Maar ik stel mezelf elke dag in gebed beschikbaar, en de Here weet dat ik bereid ben, dus ik voel me niet meer zo snel schuldig.”

Is evangelisatie onder katholieken nu nodig? Rooms-katholieken zijn toch ook gelovige mensen?
“Het is niet zo dat we katholieken willen overhalen naar onze gemeente,” reageert Peter. “Maar we hopen wel dat zij de Bijbel gaan lezen, de genade van Jezus Christus ontdekken, en een levende relatie met God krijgen. Al zou er nooit iemand lid worden van onze gemeente, maar gaan mensen wél bewust geloven, dan zou dat al geweldig zijn. Toen we hier net woonden, raakten de woorden van Jezus me erg: ‘Ik heb nog andere schapen die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen’ (Johannes 10:16, red.). Ik geloof dat hier mensen wonen die op zoek zijn naar God en Hem nodig hebben. En dan hoop en bid ik dat ik daarin een klein instrument mag zijn.”
Hij vervolgt: “In een mis wordt vaak gezegd: ‘Zie het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29, red.). Ik heb pas aan iemand uitgelegd wat die zin betekent, en de reactie was: ‘Nooit geweten dat dit op Jezus betrekking heeft!’ Die dingen worden in een preek niet uitgelegd; dat blijven holle frases.”

Moet je een specifieke roeping hebben voor het werk dat jullie doen?
“De zanger Keith Green zei eens: ‘Jezus draagt ons op om te gaan. Het moet een uitzondering zijn als we blijven.’ Met andere woorden: je moet juist een roeping hebben om thuis te blijven, want Jezus zegt ‘ga’. Dus in dat opzicht denk ik dat je niet hoeft te wachten op een briefje uit de hemel, maar gehoorzaam moet zijn aan dat bevel. Aan de andere kant moet je wel weten waar God je wil hebben.”

Verlangen jullie wel eens terug naar de veilige biblebelt?
“Nee,” reageert Gerdine. “Hoewel ik blij ben dat ik in zo’n omgeving ben opgegroeid. Ongemerkt hebben we heel wat bagage meegekregen, met een stevig referentiekader van goed en kwaad. Hier missen veel mensen dat. Zelfs christenen die hier wonen, weten bijvoorbeeld niet waarom je een overledene niet zou mogen cremeren. Dus die christelijke omgeving ben ik wel erg gaan waarderen. Tegelijk vind ik dat we meer van die zegen mogen uitdelen.”
Peter: “Ik zie de biblebelt als een mooie springplank, om van daaruit uit te delen aan mensen in andere gebieden die nog nauwelijks of nooit van God hebben gehoord. De biblebelt is niet alleen overbevolkt, maar ook overvoed. Er zijn elke zondag twee diensten, doordeweeks kun je naar diverse activiteiten, en elke keer wordt het Evangelie weer uitgelegd, terwijl er nog zoveel mensen in Nederland zijn die dat nog nooit gehoord hebben! Als biblebeltbewoner heb je wel een verantwoordelijkheid voor wat je doet met het Woord. Er staat in de Bijbel: ‘Wie veel gegeven is, van die zal veel geëist worden’ (Lucas 12:48, red.). En ja, op de biblebelt zijn christenen ook nodig. Maar is het nodig om een kerk te hebben met vier-, vijfhonderd leden? Het voorbeeld van de Russische baptisten heeft mij altijd ontzettend aangesproken: als zij een gemeente hebben van dertig mensen, bidden ze dat één gezin een gemeente begint in een plaats verderop. Als er daar weer dertig leden zijn, gaat díe gemeente ook in gebed om iemand uit te kunnen zenden. Dat besef is er eigenlijk nauwelijks in de Nederlandse kerken en gemeenten.
Je kunt heel eenvoudig beginnen door een paar dorpen verderop te gaan wonen, of in een andere provincie. En als je met vijf gezinnen verhuist, kun je ergens een gemeente starten. De offers die je ervoor moet brengen, lijken groot, maar je krijgt er ook zoveel voor terug: innerlijke blijdschap en vrede omdat je God gehoorzaamt.”

TEKST: Mirjam Hollebrandse

Bron: EO Visie, oktober 2010

Activiteitenkalender

Webshop

Het gedisciplineerde leven
De weg naar het kinderhart
Stel niet uit tot morgen!
4 DVD's Toerusting voor getrouwd en ongetrouwd

Nieuws

Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.